Aftrek innovatie-inkomsten | KPMG | BE

Aftrek innovatie-inkomsten

Aftrek innovatie-inkomsten

Tot voor kort konden zowel KMO’s als grote ondernemingen genieten van de aftrek voor octrooi-inkomsten. Onder de impuls van het BEPS-rapport van de OESO zou deze fiscale stimulans echter vervangen worden door een stelsel van ‘vrijgestelde innovatie-inkomsten’, waarmee men een ruimer toepassingsgebied beoogd.

1000

Gerelateerde content

De aftrek voor octrooi-inkomsten werd in 2007 ingevoerd om vennootschappen aan te zetten tot technologische innovatie. Deze fiscale stimulans hield concreet in dat bepaalde inkomsten uit (goedgekeurde Belgische of internationale) octrooien en aanvullende beschermingscertificaten voor 80% konden worden vrijgesteld van belastingen. Octrooi-inkomsten betroffen in dit verband enerzijds de vergoedingen voor licenties die door de vennootschap zijn verleend op octrooien, en anderzijds de vergoedingen begrepen in de verkoopprijs (i.e. de vergoedingen die aan de vennootschap zouden verschuldigd zijn indien de goederen of diensten zouden worden geproduceerd of geleverd door een derde op grond van een licentie).

Het aantal bedrijven dat de voormalige octrooi-aftrek effectief toepaste, bleef echter beperkt. Onder andere de verplichting dat innovatie zich moest vertalen in octrooien, en de lange wachttijd tot de goedkeuring van octrooiaanvragen, speelden hierin een rol. Daarom werkt de federale regering aan een wetsontwerp om het huidige regime voor de octrooi-aftrek aanzienlijk uit te breiden. Gelieve op te merken dat er momenteel slechts een wetsontwerp op tafel ligt, en dat er nog geen finale teksten zijn. Het hieronder vermelde “nieuwe regime van de aftrek voor innovatie-inkomsten” dient dan ook met het nodige voorbehoud te worden geïnterpreteerd.

Deze nieuwe regeling, “aftrek van innovatie-inkomsten” genaamd, zou vanaf 1 juli 2016 met terugwerkende kracht in werking moeten treden. Vanaf 1 juli 2016 zullen er dus in principe geen nieuwe aftrekken voor octrooi-inkomsten meer worden toegestaan onder de voorwaarden van het huidige stelsel. Voor wat betreft de vóór 1 juli 2016 verworven of aangevraagde octrooien wordt evenwel voorzien in een vijfjarige overgangsregeling, i.e. tot en met 30 juni 2021. Om voor deze overgangsmaatregel in aanmerking te komen, dient aan de volgende voorwaarden te worden voldaan:

  • Het moet gaan om octrooi-inkomsten die worden ontvangen vóór 30 juni 2021, en octrooien die zijn aangevraagd of verworven vóór 1 juli 2016
  •  De verworven octrooien mogen, vanaf 1 januari 2016, niet direct of indirect worden verworven van een verbonden onderneming die niet in aanmerking komt voor de aftrek voor octrooi-inkomsten of een gelijkaardig buitenlands regime.
  • De toepassingsregeling moet worden aangevraagd via de aangifte in de vennootschapsbelasting.
    Merk op dat indien men gebruik wil maken van de nieuwe aftrek voor innovatie-inkomsten, men voor dezelfde inkomsten niet kan genieten van de overgangsmaatregel voor de aftrek van octrooi-inkomsten.

De wijzigingen aan de voormalige aftrek voor octrooi-inkomsten werden ingegeven onder de impuls van het BEPS-rapport van de OESO, dat stelt dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat er een link bestaat tussen het IP-inkomen en de substantiële activiteiten die dit inkomen genereren. Fiscale aftrekken mogen bijgevolg slechts worden geclaimd daar waar de werkelijke R&D-activiteiten zich bevinden. Aangezien volgens het huidige regime niet voldaan wordt aan deze zogenaamde “modified nexus approach”, zal het regime dus worden gewijzigd.

 

Wat houden de belangrijkste wijzigingen in?

  • Er zou een onderscheid worden gemaakt tussen kwalificerende R&D-kosten die specifiek worden gemaakt ter ontwikkeling of verbetering van een intellectueel eigendomsrecht en niet-kwalificerende R&D-kosten. Wat betreft de kwalificerende R&D-kosten, zouden de kosten die worden uitbesteed aan verbonden partijen niet in rekening dienen genomen te worden, daar waar deze aan niet-verbonden partijen wel in rekening zouden dienen genomen te worden. De vennootschap zal bijgevolg zelf substantiële activiteiten in onderzoek en ontwikkeling moeten verrichten om maximaal van de gunstmaatregel gebruik te kunnen maken.
  • De onderstaande formule zou bepalen welk concreet bedrag aan IP-inkomsten in aanmerking komt voor de aftrek van innovatie-inkomsten: Kwalificerende IP-inkomsten = (kwalificerende R&D-kosten / totale R&D-kosten) * totale IP-inkomsten

Gelieve op te merken dat de teller met 30% zou kunnen worden verhoogd, tot maximum het bedrag van de noemer, en dat indien kan worden aangetoond dat de breuk omwille van uitzonderlijke omstandigheden niet overeenstemt met de verhouding tussen zelf uitgevoerde en uitbestede O&O-activiteiten, en voor zover bovenstaande ratio tenminste 25% bereikt (voor de toepassing van de verhoging met 30%), de ratio zou mogen worden vervangen door een hogere ratio.

  • Het materieel toepassingsgebied zou worden uitgebreid. De aftrek is niet enkel van toepassing meer op octrooien. Ook uitbreidingen aan bestaande octrooien, aangevraagde maar nog niet goedgekeurde octrooien en andere intellectuele eigendomsrechten zoals kwekersrechten, de auteursrechtelijk beschermde rechten op computerprogramma’s (software) etc. zouden onder de nieuwe regeling vallen en een (tijdelijk of definitief) belastingvoordeel genieten. Bovendien zouden mogelijks ook de meerwaarden uit de verkoop van intellectuele rechten, alsook schadevergoedingen wegens patentinbreuken in aanmerking komen voor de nieuwe aftrek.
  • De nieuwe aftrek zou worden berekend op het nettobedrag.
  • Het percentage van de aftrek wordt verhoogd tot 90% van de kwalificerende IP-inkomsten.
  • Er zou voorzien worden in carry-forward van eventuele onbenutte aftrekken (wegens onvoldoende belastbare winst) naar volgende jaren.
  • Om de R&D-kosten verbonden aan een intellectueel eigendomsrecht te kunnen vaststellen, zouden “tracking and tracing” regels worden opgelegd. Indien verantwoord, zouden ondernemingen echter de intellectuele eigendomsrechten kunnen hergroeperen, per product type of groep.


 

© 2017 KPMG Central Services, een Belgisch Economisch Samenwerkingsverband (“ESV/GIE”) en lid van het KPMG netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn met KPMG International Cooperative (“KPMG International”), een Zwitserse entiteit.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig