NL Vennootschapsbelasting - fiscale eenheid | KPMG | BE

Nederland: Vennootschapsbelasting - Is een fiscale eenheid mogelijk?

NL Vennootschapsbelasting - fiscale eenheid

In Nederland kan een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting worden gevormd, indien de moedermaatschappij ten minste 95% van het juridisch en economisch eigendom van de aandelen van een dochtermaatschappij in handen heeft, en dit bezit ten minste 95% van de statutaire stemrechten van de dochtermaatschappij vertegenwoordigt, alsmede de moedermaatschappij recht heeft op tenminste 95% van de winst en ten minste 95% van het vermogen van de dochtermaatschappij.

1000

Gerelateerde content

Andere voorwaarden zijn dat de moedermaatschappij en de dochtermaatschappij hetzelfde boekjaar hebben en aan hetzelfde belastingregime onderworpen zijn. Ook vaste inrichtingen in Nederland van buitenlandse vennootschappen kunnen in een fiscale eenheid worden opgenomen. De vennootschappen worden fiscaal behandeld als ware er slecht één vennootschap. Iedere vennootschap is hoofdelijk aansprakelijk voor de belastingschulden van de fiscale eenheid.


De belangrijkste voordelen van een fiscale eenheid zijn:

  • dat de verliezen van een maatschappij kunnen worden verrekend met de winsten van een andere maatschappij in dezelfde fiscale eenheid; 
  • dat vermogensbestanddelen in beginsel van de ene aan de andere vennootschap binnen fiscale eenheid kunnen worden overgedragen zonder dat er belastingheffing plaatsvindt; 
  • een herinvesteringsreserve die door de ene maatschappij uit de fiscale eenheid is gevormd kan door een andere maat-schappij uit diezelfde fiscale eenheid worden aangewend; 
  • financiering binnen de fiscale eenheid in het algemeen niet geraakt wordt door diverse renteaftrekbeperkingen.


Een verzoek om een fiscale eenheid te vormen moet namens alle betrokken partijen worden gericht aan de Belastinginspecteur, en kan, mits aan de voorwaarden is voldaan, op ieder gewenst moment (met een terugwerkende kracht tot maximaal 3 maanden) ingaan. De fiscale eenheid wordt op verzoek ontbonden, of als aan de voorwaarden niet langer wordt voldaan.

Op 7 januari 2011 heeft de Hoge Raad (na een arrest van het Europese Hof van Justitie van 25 februari 2010) beslist dat de vorming van een grensoverschrijdende fiscale eenheid tussen een Nederlandse moeder en een buitenlandse dochter (vennootschapsbelasting) niet hoeft te worden toegestaan.

Op 12 juni 2014 heeft het Europese Hof van Justitie beslist dat de Nederlandse regelgeving voor de fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting in strijd is met de Europese vrijheid van vestiging. Dit is het geval omdat op basis van de Nederlandse wettelijke regels twee Nederlandse zustervennootschappen (die worden gehouden door een in een EU-lidstaat gevestigde moedervennootschap) niet kunnen worden gevoegd in een fiscale eenheid, en ook een fiscale eenheid tussen een Nederlandse moedermaatschappij met een Nederlandse kleindochtermaatschappij (gehouden door een elders in de EU gevestigde tussenhoudster) niet kan worden gevormd.

Hof Amsterdam heeft deze procedures verder behandeld en op 11 december 2014 in navolging van het Europese Hof van Justitie geoordeeld. Naar aanleiding van deze uitspraken heeft de Staatssecretaris op 30 december 2014, vooruitlopend op nieuwe wetgeving aangaande de fiscale eenheid, een Besluit uitgevaardigd waarin, naast goedkeuring van genoemde varianten van fiscale eenheden, de hierop betrekking hebbende voorwaarden als mede praktische regels worden gegeven.

Inmiddels heeft de Nederlandse regering als gevolg van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie een wetvoorstel uitgebracht dat het aangaan van een fiscale eenheid toestaat tussen:

  • een in Nederland gevestigde moedermaatschappij en een in Nederland gevestigde kleindochtermaatschappij.

Voorwaarde hierbij is dat de moederschappij de aandelen houdt in een dochtervennootschap die is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie en die dochtervennootschap (onmiddellijk of middellijk via een andere EU/EER-vennootschap) de aandelen houdt in de in Nederland gevestigde kleindochtermaatschappij; en

  • twee of meer in Nederland gevestigde zustermaatschappijen waarvan de aandelen worden gehouden door een in de EU/EER gevestigde moedervennootschap. De in het buitenland (EU/EER) gevestigde moedervennootschap, de zogenoemde topmaatschappij, maakt daarbij echter geen deel uit van de fiscale eenheid.

© 2017 KPMG Tax and Legal Advisers, a Belgian Civil Cooperative Company with Limited Liability (burg. CVBA/SCRL civile) and a member firm of the KPMG network of independent member firms affiliated with KPMG International Cooperative (“KPMG International”), a Swiss entity. All rights reserved.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig