NL Vennootshcapsbelasting - interest | KPMG | BE

Nederland: Vennootschapsbelasting - In welke mate is interest fiscaal aftrekbaar?

NL Vennootshcapsbelasting - interest

Hoofdregel is dat interest in beginsel als kosten aftrekbaar is in de vennootschapsbelasting. Er zijn echter diverse regels in de vennootschapsbelasting die de aftrekbaarheid van interest beperken of zelfs geheel uitsluiten. Daarnaast is hieronder de specifieke situatie van afwaardering van een "onzakelijke lening" opgenomen.

1000

Gerelateerde content

Leningen die functioneren als eigen vermogen

 

Interest over en waardemutaties van een geldlening die onder zodanige voorwaarden is aangegaan dat deze feitelijk functioneert als eigen vermogen, is niet aftrekbaar. Hierbij kan worden gedacht aan deelnemerschapsleningen, bodemloze-put leningen en schijnleningen.

 

Onzakelijke lening, geen afwaarderingsverlies

Uit jurisprudentie volgt dat een afwaardering van een zogenoemde "onzakelijke lening", behoudens bijzondere omstandigheden, fiscaal niet aftrekbaar is. Van een onzakelijke lening is sprake indien een onafhankelijke derde onder de dezelfde omstandigheden en voorwaarden het debiteurenrisico niet zou aanvaarden (geen aflossingschema, geen zekerheden kunnen een indicatie zijn). De rente inkomsten en de rente kosten op dergelijke onzakelijke leningen blijven echter wel belast cq. aftrekbaar aangezien de lening vanuit fiscale optiek een lening blijft.


Bij de verstrekking van een dergelijke onzakelijke lening aan een deelneming, verhoogt het niet-aftrekbaar afwaarderingsverlies wel het opgeofferd bedrag van de deelneming waaraan de onzakelijke lening is verstrekt. Dit leidt ertoe dat het afwaarderingsverlies alsnog van de fiscale winst kan worden afgetrokken in het uiteindelijke geval van liquidatie van de deelneming (mits aan alle voorwaarden voor aftrekbaarheid van een liquidatieverlies is voldaan).


Winstdrainage, interest aftrekbeperking

De Nederlandse fiscale wetgeving kent bovendien een aantal aftrekbeperkingen voor interest (inclusief kosten en valutaresultaten) betaald aan verbonden lichamen of verbonden natuurlijke personen. De beperking geldt bijvoorbeeld voor geldleningen die verband houden met:

  1. een winstuitdeling of een teruggaaf van gestort kapitaal door de belastingplichtige of door een met hem verbonden lichaam dat aan deze belasting is onderworpen, aan een met hem verbonden lichaam of verbonden natuurlijk persoon
  2. een kapitaalstorting door de belastingplichtige, door een met hem verbonden lichaam dat aan deze belasting is onderworpen of door een met hem verbonden natuurlijk persoon die in Nederland woont, in een met hem verbonden lichaam;
  3. de verwerving of uitbreiding van een belang door de belastingplichtige, door een met hem verbonden lichaam dat aan deze belasting is onderworpen of door een met hem verbonden natuurlijk persoon die in Nederland woont, in een lichaam dat na deze verwerving of uitbreiding een met hem verbonden lichaam is. 

 

De aftrekbeperkingen kunnen ook van toepassing zijn indien de schuld wordt aangegaan nadat de besmette rechtshandeling heeft plaatsgevonden.

 

 

Om bovenstaande renteaftrekbeperking buiten toepassing te laten is tegenbewijs mogelijk. De rente is alsnog aftrekbaar als:

  • er sprake is van zakelijke overwegingen voor het aangaan van de geldlening én de rechtshandeling; en/of 
  • de rente bij de groepscrediteur per saldo wordt belast naar een tarief van tenminste 10% over naar Nederlandse maatstaven bepaalde belastbare winst.

De Belastingdienst kan de rente echter alsnog in aftrek beperken ondanks dat deze bij de groepscrediteur per saldo belast wordt naar een tarief van ten minste 10%, indien er geen zakelijke redenen aan de geldlening of rechtshandeling ten grondslag liggen (bewijslast bij de Belastingdienst).

In de sfeer van bovengenoemde tegenbewijsregeling is een nadere invulling gegeven aan het bestaande criterium inzake de compenserende heffing. Hiervoor geldt dat bij het bepalen van de belastingdruk moet worden uitgegaan van de winst berekend naar Nederlandse maatstaven zonder toepassing van de innovatiebox. Hierbij gaat het om de effectieve belastingdruk over de rente bate zelf, en niet om de effectieve belastingdruk over de gehele winst van de crediteur.

Ten aanzien van de niet-aftrekbaarheid van valutaresultaten op een bovengenoemde lening is door de Hoge Raad beslist dat valutawinsten eerst moeten worden gesaldeerd met de rente, kosten en eventuele valutaverliezen op dergelijke leningen, waarna een eventuele verdere valutawinst onbelast is.

De rente en waardemutaties op een geldlening zonder vaste aflossingsdatum of waarbij de aflossingsdatum meer dan tien jaar later dan het tijdstip van aangaan van de lening ligt, en waarop geen of een in belangrijke mate lagere vergoeding betaald wordt dan hetgeen in het economisch verkeer door onafhankelijke partijen zou zijn overeengekomen, zijn ook in aftrek beperkt.

 

 

Renteloze/laagrentende lening

Indien door een belastingplichtige een lening van een verbonden lichaam is aangetrokken en deze lening heeft een looptijd van meer dan 10 jaar, is renteloos dan wel laagrentend (>30% lager dan gebruikelijk tussen derde partijen), is de interest (evenals waardemutuaties) op deze lening niet aftrekbaar voor belastingplichtige. Hierbij van belang is tevens dat wanneer de aflossingsdatum van een lening korter dan 10 jaar wordt verlengd tot langer dan 10 jaar, de lening in beginsel geacht wordt altijd een aflossingsdatum van meer dan10 jaar te hebben gehad, waardoor van begin af aan deze aftrekberperkende maatregel van toepassing is.


Thin capitalisation

De thin capitalisation regeling, die ziet op een beperking van aftrek voor de vennootschapsbelasting van verschuldigde rente indien en voor zover deze rente aan groepsmaatschappijen verband houdt met een bovenmatige financiering van een vennootschap met vreemd vermogen, is afgeschaft met ingang van boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2013.

 

Deelnemingsrente

Per 1 januari 2013 is er een regeling ingevoerd die een aftrekbeperking van bovenmatige deelnemingsrente betreft (zowel ten aanzien van groepsleningen, als ook leningen van derden). Het gaat om een beperking van excessieve aftrek van rente die verband houdt met de financiering van deelnemingen. De rente die ziet op de deelnemingsschuld wordt van aftrek uitgesloten, waarbij de eerste € 750.000 aan rente altijd aftrekbaar is.

 

Van een deelnemingsschuld is sprake voor zover de verkrijgingsprijs van de deelnemingen het fiscale eigen vermogen te boven gaat (de rekenregel). De omvang van de bovenmatige deelnemingsrente is gelijk aan de rente en kosten, vermenigvuldigd met de verhouding tussen de gemiddelde deelnemingsschulden en de gemiddelde geldleningen aan het begin en het einde van het boekjaar.

Bij een uitbreiding van de operationele activiteiten van een groep binnen twaalf maanden voor of na een verkrijging van deze deelneming (een kwalificerende uitbreiding), wordt de verkrijgingsprijs van een deelneming buiten aanmerking gelaten voor de bepaling van de omvang van de deelnemingsschuld. Dat betekent dat deze verkrijging de deelnemingsschuld niet vergroot. Een uitzondering geldt voor bepaalde onwenselijke situaties. Tevens kent de regeling een optioneel forfait voor deelnemingen die zijn verworven of uitgebreid in boekjaren voor 1 januari 2006. Voor deze deelnemingen kan zonder nadere bewijsvoering dat de verwerving kwalificeert als uitbreidingsinvestering, 90% van de verkrijgingsprijs buiten aanmerking worden gelaten.

In het besluit aftrekbeperking bovenmatige deelnemingsrente zijn nadere regels en tegemoetkomingen opgenomen voor de bepaling van de verkrijgingsprijs na een interne reorganisatie, voor de bepaling van het deel van de verkrijgingsprijs dat als kwalificerende uitbreiding kan worden aangemerkt en wordt er nader ingegaan op de toepassing van de renteaftrekbeperking bij fiscale eenheden.

 

Overnameholdings

Vanaf 1 januari 2012 geldt een renteaftrekbeperking voor zogenaamde overnameholdings. Deze aftrekbeperking ziet op de rente ter zake van schulden die (rechtens dan wel in feite) direct of indirect verband houden met de verwerving of uitbreiding van een belang in één of meer in dezelfde fiscale eenheid gevoegde andere maatschappijen (overnameschulden), met een franchise van € 1.000.000 aan renteaftrek.

Op grond van de renteaftrekbeperking is de niet aftrekbare rente (behoudens de franchise) die ziet op overnameschulden (overnamerente) het laagst berekende bedrag van:

 

  • de overnamerente die meer bedraagt dan de “eigen winst” bedraagt. Met “eigen winst” wordt bedoeld de winst van de fiscale eenheid verminderd met het deel van de winst dat toerekenbaar is aan de overgenomen (en gevoegde) vennootschap;
  • de rente die betrekking heeft op een overnameschuld die verband houdt met een overname die met te veel vreemd vermogen is gefinancierd (‘financieringsescape’). Van een overname die met te veel vreemd vermogen is gefinancierd is sprake indien de overnameschuld in het jaar van overname meer dan 60% van de verkrijgingsprijs van de deelneming bedraagt, waarbij in de berekening het percentage van 60% vervolgens 7 jaar lang met 5% per jaar afneemt tot 25%.

© 2017 KPMG Tax and Legal Advisers, a Belgian Civil Cooperative Company with Limited Liability (burg. CVBA/SCRL civile) and a member firm of the KPMG network of independent member firms affiliated with KPMG International Cooperative (“KPMG International”), a Swiss entity. All rights reserved.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig