Nl - Immateriële vaste activa | KPMG | BE

Nederland: gangbare waarderingsregels - Immateriële vaste activa

Nl - Immateriële vaste activa

Deze activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs of de vervaardigingsprijs of – onder voorwaarden – tegen actuele waarde, verminderd met de afschrijvingen.

1000

Gerelateerde content

Met een (bijzondere) waardevermindering dient rekening te worden gehouden, indien deze naar verwachting duurzaam is. Dit dient ten minste elk jaar te worden vastgesteld.


Indien deze activa niet gereed zijn voor gebruik of indien deze activa over een periode langer dan twintig jaar worden afgeschreven, dan dient aan het eind van iedere verslagperiode te worden nagegaan in hoeverre met betrekking tot het niet afgeschreven bedrag wordt voldaan aan de voorwaarde dat toekomstige opbrengsten, samenhangend met de immateriële vaste activa, naar verwachting voldoende ruimte laten voor afschrijvingen.


Soorten immateriële vaste activa (niet limitatief):

  • kosten die verband houden met de oprichting en met de uitgifte van aandelen; 
  • kosten van onderzoek en ontwikkeling; 
  • kosten van verwerving ter zake van concessies, vergunningen en rechten van intellectuele eigendom; 
  • kosten van goodwill die van derden is verkregen, en
    vooruitbetalingen op immateriële vaste activa.

Indirecte kosten die noodzakelijk zijn voor de vervaardiging van het actief, zoals rente, en die op een redelijke en consistente basis aan het actief kunnen worden toegerekend, kunnen in de vervaardigingsprijs worden opgenomen.

De afschrijving op vaste activa met een beperkte gebruiksduur dient jaarlijks stelselmatig te geschieden over de geschatte economische levensduur. Afschrijving naar rato van de verkoop of het gebruik van het product of proces voldoet ook aan deze eis. Gesproken wordt over een weerlegbare veronderstelling dat de economische levensduur niet langer dan 20 jaar is.

Indien gemotiveerd kan worden dat de economische levensduur langer is dan 20 jaar, mag worden afgeschreven over deze langere economische levensduur. In dat geval geldt de verplichting jaarlijks de realiseerbare waarde (hoogste van de directe opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde) te vergelijken met de boekwaarde.


Kosten verbonden aan de oprichting en uitgifte van aandelen dienen in ten hoogste vijf jaar te worden afgeschreven.

Voor geactiveerde goodwill geldt dat, alleen als deze redelijkerwijze valt toe te rekenen aan een aanzienlijk langere periode van vijf jaar, over een langere gebruiksduur mag worden afgeschreven.


Minimaal één keer per jaar, aan het einde van elk boekjaar, moet worden nagegaan in hoeverre de afschrijvingsmethode en afschrijvingsperiode nog aanvaardbaar zijn.


Wettelijk is het toegestaan om goodwill ineens ten laste van het eigen vermogen of ineens ten laste van de winst- en verliesrekening te brengen. Hoewel toegestaan, is de voorkeursmethode van de RJ om goodwill te activeren en systematisch af te schrijven.


Het ineens ten laste van de winst- en verliesrekening verwerken van goodwill zal volgens de RJ in het algemeen niet leiden tot het voldoen aan het vereiste inzicht.

De geactiveerde kosten verbonden aan de oprichting en de uitgifte van aandelen en de geactiveerde onderzoeks- en ontwikkelingskosten moeten worden toegelicht en in de balans dient een wettelijke reserve te worden opgenomen ter grootte van de uit dien hoofde geactiveerde bedragen.
 

© 2017 KPMG Tax and Legal Advisers, a Belgian Civil Cooperative Company with Limited Liability (burg. CVBA/SCRL civile) and a member firm of the KPMG network of independent member firms affiliated with KPMG International Cooperative (“KPMG International”), a Swiss entity. All rights reserved.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig