Btw-statuut voor publiekrechtelijke lichamen eindelijk uitgeklaard?

Btw-statuut publiekrechtelijke lichamen uitgeklaar

“Publiekrechtelijke lichamen die handelen als overheid”, zoals bijvoorbeeld een stad of gemeente, hebben in principe bij wijze van uitzondering geen belastingplicht. In bepaalde omstandigheden worden zij echter alsnog aangemerkt als btw-plichtige. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de gemeente een betaalparking uitbaat. Hoe zit deze complexe regelgeving nu in elkaar?

Gerelateerde content

btw statuut

“Publiekrechtelijke lichamen die handelen als overheid”, zoals bijvoorbeeld een stad of gemeente, hebben in principe bij wijze van uitzondering geen belastingplicht. In bepaalde omstandigheden worden zij echter alsnog aangemerkt als btw-plichtige. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de gemeente een betaalparking uitbaat. Hoe zit deze complexe regelgeving nu in elkaar? De administratieve circulaire nr. 42/2015 van 10 december 2015, die in werking is getreden op 1 juli 2016, biedt een antwoord.

Wanneer handelt u als overheid?

De Belgische staat, de gemeenschappen, gewesten, de provincies, de agglomeraties, de gemeenten en de openbare instellingen hebben geen belastingplicht voor de werkzaamheden of handelingen die zij als overheid verrichten. Dit geldt ook indien zij voor die werkzaamheden of handelingen rechten, heffingen, bijdragen of retributies innen. 

 

De openbare instellingen worden slechts beoogd door dit bijzondere btw-statuut indien cumulatief aan de volgende voorwaarden is voldaan: 

  • De instelling moet een andere rechtspersoonlijkheid bezitten dan de overheidsinstelling die haar heeft opgericht;
  • De instelling wordt opgericht door een wet, een koninklijk of ministerieel besluit, een decreet of een verordening (oprichting bij wijze van stichting);
  • De instelling wordt opgericht met als doel te beantwoorden aan bepaalde collectieve behoeften van algemeen belang;
  • De instelling geniet een autonomie in de uitoefening van haar activiteiten, meer bepaald voor de organisatie en het beheer ervan;
  • De instelling blijft in meer of mindere mate onderworpen aan diverse controles waaronder het toezicht van de overheid.

De publiekrechtelijke lichamen die bij wijze van vereniging (intercommunale verenigingen, de autonome gemeente- en provinciebedrijven, enz.), en niet bij wijze van stichting tot stand zijn gebracht, worden dus niet beoogd door het bijzondere btw-statuut en op hen is de nieuwe circulaire dus niet van toepassing.

Principe: de overheid heeft geen belastingplicht

Omdat het in de praktijk niet altijd eenvoudig is om uit te maken of een werkzaamheid als overheid verricht wordt, zal de administratie er principieel van uitgaan dat publiekrechtelijke lichamen in België steeds handelen als overheid en dus niet de hoedanigheid van btw-plichtige hebben. Deze regel kent uitzonderingen, bv. bij “concurrentieverstoring van enige betekenis” of “specifieke werkzaamheden van niet onbeduidende omvang”. We lichten deze uitzonderingen verder toe:

 

Uitzondering 1: belastingplicht bij “concurrentieverstoring van enige betekenis”

 

Een publiekrechtelijk lichaam dat handelt als overheid wordt btw-plichtig wat betreft de handelingen waarvoor de kwalificatie als niet btw-plichtige tot concurrentieverstoring van enige betekenis zou leiden.

 

Het kan gaan om daadwerkelijke of potentiële concurrentieverstoring, alsook om concurrentieverstoring in het voor- of nadeel van de publiekrechtelijke lichamen. Bovendien moet het een verstoring “van enige betekenis” betreffen. In de praktijk is dit alles een feitenkwestie dat geval per geval en voor elke werkzaamheid afzonderlijk onderzocht moet worden.

 

De administratie neemt aan dat ten aanzien van een welbepaalde werkzaamheid de “concurrentieverstoring niet van enige betekenis” is, indien de jaarlijkse omzet van die werkzaamheid minder is dan het bedrag van 25.000 EUR (te beoordelen per verrichte werkzaamheid).

 

Belangrijk om op te merken is dat de administratie ervan uitgaat dat de handelingen die een publiekrechtelijk lichaam als overheid verricht en die beoogd worden door de bepalingen van artikel 44 WBTW (bv. onroerende handelingen, medische prestaties, enz.) in principe leiden tot een potentiële concurrentieverstoring. Of de concurrentieverstoring van enige betekenis is, is opnieuw een feitenkwestie. Ook hier hanteert de administratie het (weerlegbaar) vermoeden van concurrentieverstoring van enige betekenis indien de hierboven genoemde drempel van 25.000 EUR overschreden wordt.

 

Uitzondering 2: btw-plicht bij “specifieke werkzaamheden van niet onbeduidende omvang”

 

Publiekrechtelijke lichamen beschikken in ieder geval over de hoedanigheid van btw-plichtige voor bepaalde limitatief opgesomde werkzaamheden voor zover deze niet van “onbeduidende omvang” zijn en dit zonder dat dient te worden nagegaan of er sprake is van een potentiële concurrentieverstoring. Het gaat o.a. om telecommunicatiediensten, reclamediensten, levering van water, gas en elektriciteit, de exploitatie van havens, parkeergelegenheden of bedrijfskantines, enz.

 

De beoordeling van de al dan niet “onbeduidende omvang” vormt ook hier een feitenkwestie die voor elke werkzaamheid afzonderlijk beoordeeld moet worden. Vanuit praktisch oogpunt aanvaardt de administratie ook hier dat een bepaalde werkzaamheid van “onbeduidende omvang” is, indien de jaarlijkse omzet van die werkzaamheid het bedrag van 25.000 EUR niet overschrijdt.

Verplichte toepassing van het regime werkelijk gebruik voor de uitoefening van het recht op aftrek

Rekening houdende met de specifieke omstandigheden waarin publiekrechtelijke lichamen handelen, dienen zij hun recht op aftrek van input btw uit te oefenen met inachtneming van het werkelijk gebruik, in voorkomend geval, in combinatie met één of meerdere bijzonder verhoudingsgetallen voor de niet specifiek toewijsbare kosten.

Welke acties moet u ondernemen?

De bepalingen van deze circulaire zijn in werking getreden op 1 juli 2016. Het is raadzaam om de verschillende werkzaamheden die u als publiekrechtelijk lichaam verricht, in kaart te brengen en om voor elk van deze activiteiten na te gaan of deze mogelijks aanleiding geven tot btw-belastingplicht op basis van de nieuwe regels.

 

Afhankelijk van uw btw-statuut onder toepassing van  de nieuwe btw-regels, kunnen deze een impact hebben op uw recht op btw-aftrek, alsook op de verplichting om al dan niet btw af te dragen op bepaalde werkzaamheden. Verder zijn er nog een aantal bijzondere aandachtspunten, waaronder: de al dan niet verplichting tot het afdragen van btw op werken in onroerende staat verricht met eigen personeel, de terbeschikkingstelling van personeel door bv. een gemeente of OCMW aan een ander publiekrechtelijk lichaam, bepaalde implicaties voor OCMW-verenigingen, enz.

 

Aarzel niet om ons te contacteren indien u bijkomende informatie wenst.

© 2017 KPMG Central Services, een Belgisch Economisch Samenwerkingsverband (“ESV/GIE”) en lid van het KPMG netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn met KPMG International Cooperative (“KPMG International”), een Zwitserse entiteit.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig

Nieuwe digitale platform van KPMG

KPMG International heeft een state of the art digitaal platform ontwikkeld dat uw digitale ervaring verbetert en het vinden van nieuwe en relevante content optimaliseert.

 
Lees meer