Toepassingsgebied Belgische kaaimantaks | KPMG | BE

Toepassingsgebied Belgische kaaimantaks verduidelijkt naar aanleiding van twee recente parlementaire vragen

Toepassingsgebied Belgische kaaimantaks

De Belgische kaaimantakswetgeving doet nog steeds vele vragen rijzen. Naar aanleiding van twee parlementaire vragen de dato 18 mei 2016 werd de Belgische minister van Financiën op enkele hiaten in de wetgeving gewezen. De minister verduidelijkte als antwoord hierop het toepassingsgebied van de wetgeving inzake de beleggingsinstellingen met verbonden aandeelhouderschap alsook dubbelstructuren.

1000

Gerelateerde content

De Belgische kaaimantakswetgeving doet nog steeds vele vragen rijzen. Naar aanleiding van twee parlementaire vragen de dato 18 mei 2016 werd de Belgische minister van Financiën op enkele hiaten in de wetgeving gewezen. De minister verduidelijkte als antwoord hierop het toepassingsgebied van de wetgeving inzake de beleggingsinstellingen met verbonden aandeelhouderschap alsook dubbelstructuren.

  • Private instellingen voor collectieve beleggingen
    • Op basis van de letterlijke lezing van de kaaimantakswetgeving kon men van oordeel zijn dat alleen openbare of institutionele (alternatieve) instellingen voor collectieve beleggingen (ICB’s en AICB’s) met een verbonden aandeelhouderschap onder het toepassingsgebied van de kaaimantaks vallen.
    • Als antwoord op de parlementaire vraag van 18 mei 2016 stelde de minister van Financiën echter dat: “(...) het duidelijk de bedoeling van de wetgever was om alle fondsen hieronder te laten vallen: privé, publiek en institutioneel, met of zonder Europees paspoort, binnen of buiten de Europese Economische Ruimte, zodra zij geen collectief karakter dragen.”
    • De wetgeving heeft tot doel zowel private als publieke institutionele instellingen die in feite privaat worden beheerd, te treffen. Een Luxemburgse SICAF-SIF met verbonden aandeelhouderschap zou vervolgens tevens onder de kaaimantaks vallen.
  • Dubbelstructuren
    • Daarnaast bevestigde de minister van Financiën tevens dat ook dubbelstructuren – dat wil zeggen: juridische structuren die indirect (‘onrechtstreeks’) door een Belgisch rijksinwoner worden aangehouden – onder de kaaimantaks in de heffing worden betrokken.
    • De minister stelt dat: “(...) het doel van de kaaimantaks volledig miskend zou worden indien het louter opstapelen van juridische constructies simpelweg zou toelaten de doorkijkbelasting te ontwijken.” Hij verwijst hiervoor naar de algemene antimisbruikbepaling.

Daarnaast liet de minister van Financiën weten dat de kaaimantaks aan het einde van het jaar zal worden geëvalueerd en dat eventueel bijkomende aanpassingen aan de wetgeving zullen worden doorgevoerd. In dit opzicht informeren wij u dat op 1 juni 2016 al een eerste wetsontwerp werd ingediend teneinde het toepassingsgebied van de kaaimantaks uit te breiden tot de onrechtstreeks aangehouden juridische constructies.

 

Indien u over een mogelijk onder vuur liggende structuur beschikt, adviseren wij u om deze te bezien.

 

 

Sjeel Debeuf en Kizzy Wandelaer

Ga terug naar de overzichtspagina

© 2017 KPMG Advisory, een Belgische burgerlijke CVBA en lid van het KPMG netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn met KPMG International Cooperative (“KPMG International”), een Zwitserse entiteit. Alle rechten voorbehouden.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig