Hoge Raad: heffing box 3 niet disproportioneel in Nederland

Heffing box 3 niet disproportioneel in Nederland

Onlangs heeft de Hoge Raad arrest gewezen over de forfaitaire heffing van box 3. De vraag is of de belasting die wordt geheven over het vermogen in box 3 in strijd is met het recht op ongestoorde eigendom. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de heffing in box 3 geen individuele en buitensporige last is.

Gerelateerde content

Onlangs heeft de Hoge Raad arrest gewezen over de forfaitaire heffing van box 3. De vraag is of de belasting die wordt geheven over het vermogen in box 3 in strijd is met het recht op ongestoorde eigendom. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de heffing in box 3 geen individuele en buitensporige last is.

 

Is de box 3-heffing een schending van het recht op ongestoorde eigendom?

 

Dit arrest gaat over een belastingplichtige die in Noorwegen woont en in Nederland drie onroerende zaken heeft, waaronder een woning die niet wordt verhuurd. Ter zake hiervan is een aanslag inkomstenbelasting opgelegd naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 13.250. Belanghebbende betoogt dat hij geen inkomsten heeft uit de woning en daarom geen middelen om de forfaitaire rendementsheffing te betalen. Daarom stelt hij dat dit een individuele en buitensporige last is in de zin van artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de individuele vrijheden (kortweg: EP). Hof Den Haag verwierp zijn betoog.

 

In zijn conclusie adviseerde advocaat-generaal Niessen nog aan de Hoge Raad om te beslissen dat de algemene forfaitaire heffing disproportioneel is en een schending van artikel 1 EP vormt. Daardoor zou deze buiten toepassing moeten blijven als een belastingplichtige verlies lijdt op zijn vermogen.

 

Oordeel van de Hoge Raad

De Hoge Raad heeft deze argumenten afgewezen. Hij verwijst daarbij naar een eerder arrest uit april 2015 en herhaalt dat niet kan worden gezegd dat de forfaitaire heffing van box 3 elke redelijke grond ontbeert. Het stelsel komt volgens de Hoge Raad slechts in strijd met artikel 1 EP indien zou komen vast te staan dat het destijds door de wetgever voor een lange reeks van jaren veronderstelde rendement van 4% voor particuliere beleggers niet meer haalbaar is en dat belastingplichtigen worden geconfronteerd met een buitensporig zware last. De Hoge Raad oordeelt nu dat van beide voorwaarden geen sprake is. Ten slotte wijst de Hoge Raad erop dat het voor het aannemen van een schending van artikel 1 EP niet voldoende is dat het rendement van één bepaalde bezitting structureel beneden 4% blijft.

 

Proefprocedures

Naast deze zaak lopen nog proefprocedures over de vraag of de forfaitaire heffing over spaargelden in het algemeen in strijd is met het recht op ongestoorde eigendom van artikel 1 EP. Een rendement van 4% zou namelijk slechts zeer zelden tot nooit op spaargelden worden gehaald. Een uitspraak van de Hoge Raad op dit bezwaar volgt nog. Vanzelfsprekend houden wij u op de hoogte van de ontwikkelingen.

 

Esther Schutte en William Donders

Ga terug naar de overzichtspagina

© 2017 KPMG Advisory, een Belgische burgerlijke CVBA en lid van het KPMG netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn met KPMG International Cooperative (“KPMG International”), een Zwitserse entiteit. Alle rechten voorbehouden.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig

Nieuwe digitale platform van KPMG

KPMG International heeft een state of the art digitaal platform ontwikkeld dat uw digitale ervaring verbetert en het vinden van nieuwe en relevante content optimaliseert.

 
Lees meer