Het non bis in idem-beginsel in Belgisch recht | KPMG | BE

Het non bis in idem-beginsel in Belgisch recht

Het non bis in idem-beginsel in Belgisch recht

De invoering van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid voor vennootschappen is niets nieuws. Waar vroeger een bedrijf wel een misdrijf kon plegen maar hiervoor niet kon worden gestraft, voorziet het Belgisch Strafwetboek er sinds de wet van 4 mei 1999 in dat in eerste instantie de vennootschap zelf zal worden vervolgd voor de misdrijven die een intrinsiek verband hebben met de verwezenlijking van haar doel, de waarneming van haar belangen of die voor haar rekening zijn gepleegd.

1000

Gerelateerde content

De invoering van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid voor vennootschappen is niets nieuws. Waar vroeger een bedrijf wel een misdrijf kon plegen maar hiervoor niet kon worden gestraft, voorziet het Belgisch Strafwetboek er sinds de wet van 4 mei 1999 in dat in eerste instantie de vennootschap zelf zal worden vervolgd voor de misdrijven die een intrinsiek verband hebben met de verwezenlijking van haar doel, de waarneming van haar belangen of die voor haar rekening zijn gepleegd.

 

Wanneer de vennootschap aansprakelijk wordt gesteld uitsluitend wegens het optreden van een geïdentificeerde natuurlijke persoon zal daarentegen enkel degene (de vennootschap dan wel de natuurlijke persoon) die de zwaarste fout heeft begaan, veroordeeld worden. Dit neemt niet weg dat wanneer de geïdentificeerde persoon de fout wetens en willens heeft gepleegd, hij steeds samen met de vennootschap zal worden veroordeeld.

 

Volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens waarborgt het algemeen rechtsbeginsel non bis in idem dat niemand voor een tweede keer berecht of gestraft kan worden voor een feit waarvoor hij reeds bij einduitspraak is veroordeeld of waarvan hij bij einduitspraak is vrijgesproken.

 

Het non bis in idem-beginsel wordt de laatste tijd ook aanvaard in het fiscaal recht: zo kan men niet enerzijds door de strafrechter worden veroordeeld of worden vrijgesproken en anderzijds ook nog een fiscaal-administratieve sanctie met strafrechtelijk karakter zoals een geldboete of een belastingverhoging worden opgelegd voor dezelfde feiten.

 

Het Hof van Beroep te Antwerpen diende zich onlangs uit te spreken of de cumulatie mogelijk was tussen enerzijds de strafrechtelijke veroordeling van de zaakvoerder van een vennootschap wegens zwarte verkopen en anderzijds het opleggen van een btw-geldboete van 200% op naam van de vennootschap wegens diezelfde zwarte verkopen.

 

Niettegenstaande dat het Hof van Beroep te Antwerpen vooreerst wel vaststelt dat de zaakvoerder reeds strafrechtelijk werd veroordeeld voor dezelfde feiten als deze waarvoor een geldboete van 200% wordt opgelegd (hetgeen immers ook een strafrechtelijk karakter heeft), besluit het toch dat het non bis in idem-beginsel niet van toepassing kan zijn.

 

Het Hof van Beroep te Antwerpen specifieert immers dat het verbod van een tweede berechting veronderstelt dat de berechting of bestraffing betrekking heeft op dezelfde persoon. In het voorliggende geval werd in de strafrechtelijke procedure de zaakvoerder zelf gestraft, terwijl het in de fiscale procedure de vennootschap was (waarin voormelde natuurlijke persoon zaakvoerder is) aan wie de geldboete van 200% werd opgelegd.

 

De zaakvoerder en zijn vennootschap zijn inderdaad twee onderscheiden personen en het is juridisch gezien ook wel correct om te stellen dat het niet om dezelfde persoon gaat. Dit neemt echter niet weg dat wanneer deze beide personen voor dezelfde feiten worden berecht, het feitelijk gezien toch dezelfde persoon is die twee keer de sanctie vermogensrechtelijk moet ondergaan: één keer rechtstreeks en één keer niet-rechtstreeks via de vennootschap waarvan hij (mede)eigenaar is.

 

Een persoonlijke strafrechtelijke veroordeling tot een geldboete en/of een gevangenisstraf, gevolgd door het opleggen van een fiscaalrechtelijke geldboete van 200% in hoofde van de vennootschap waarvan men eigenaar is (hetgeen mogelijk zelfs kan leiden tot het faillissement van de vennootschap) kan best voor een zaakvoerder aanvoelen als een dubbele bestraffing voor dezelfde feiten en zal toch niet worden beschermd door het non bis in idem-beginsel.

 

Helaas is het op basis van de feiten in het arrest niet duidelijk in welke mate de zaakvoerder persoonlijk werd veroordeeld als dader of als mededader voor het plegen van het misdrijf, dan wel persoonlijk werd veroordeeld als verantwoordelijke van de vennootschap.

 

Wanneer de zaakvoerder als de verantwoordelijke van de vennootschap wordt veroordeeld, lijkt het ons inziens zeker niet correct om zomaar te stellen dat het niet om dezelfde persoon gaat. In dit geval zou volgens ons het non bis in idem-beginsel wel degelijk kunnen worden ingeroepen.

 

In het andere geval (de zaakvoerder als (mede)dader) lijkt het ons daarentegen moeilijker om de rechter ervan te overtuigen dat geen tweede bestraffing mag volgen.

 

 

Kris Lievens en Oscar Boban

Ga terug naar de overzichtspagina

© 2017 KPMG Advisory, een Belgische burgerlijke CVBA en lid van het KPMG netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn met KPMG International Cooperative (“KPMG International”), een Zwitserse entiteit. Alle rechten voorbehouden.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig