Dubbele belastingheffing bij zetelverplaatsing | KPMG | BE

Dubbele belastingheffing bij zetelverplaatsing van vennootschap naar België?

Dubbele belastingheffing bij zetelverplaatsing

De Belgische minister van Financiën heeft in een antwoord op een parlementaire vraag verduidelijkt hoe in het Belgische fiscale rechtsstelsel wordt omgegaan met zetelverplaatsingen van intra-Europese vennootschappen naar België.

1000

Gerelateerde content

De Belgische minister van Financiën heeft in een antwoord op een parlementaire vraag verduidelijkt hoe in het Belgische fiscale rechtsstelsel wordt omgegaan met zetelverplaatsingen van intra-Europese vennootschappen naar België.

 

Mogelijke dubbele belasting

Een vennootschap met zetel in de Europese Unie wenst haar maatschappelijke zetel en plaats van werkelijke leiding naar België te verplaatsen. Veelal zal de lidstaat van vertrek de “latente” meerwaarde op haar activa (in casu op een obligatieportefeuille) naar aanleiding van de zetelverplaatsing belasten. Volgens het Europese Hof van Justitie is een dergelijke exitheffing onder bepaalde voorwaarden toegestaan.

 

Stel vervolgens dat de vennootschap deze activa na de zetelverplaatsing naar België verkoopt. Moet de meerwaarde op dit bestanddeel worden berekend op basis van de boekwaarde, of mag de vennootschap rekening houden met de “latente” meerwaarde die reeds werd belast in de lidstaat van vertrek?

 

Volgens de minister van Financiën mag de vennootschap geen rekening houden met de reeds belaste “latente” meerwaarde, maar is de verwezenlijkte meerwaarde volledig belastbaar in België. Op basis van de huidige wettelijke bepalingen geldt immers de boekwaarde van het actief op basis van het boekhoudrecht als basis om de meerwaarde te bepalen.

 

Deze interpretatie is gebaseerd op een letterlijke lezing van de wet, maar strookt niet met de parlementaire voorbereiding. Daarin werd immers duidelijk gesteld dat de buitenlandse bestanddelen fiscaal in aanmerking worden genomen voor hun werkelijke waarde op de datum van de zetelverplaatsing. Dit is fiscaal ook de meest logische oplossing, aangezien op die manier idealiter dubbele belasting wordt vermeden.

 

Toepassing van het antwoord van de Minister zou leiden tot een dubbele belastingheffing over het zelfde activum gedragen door dezelfde rechtspersoon (juridische dubbele belasting), namelijk op het moment van emigratie in de lidstaat van vertrek én op het moment van verwezenlijking van de meerwaarde na immigratie in België.

 

Bovengenoemde dubbele heffing kan naar onze mening worden bestreden met een beroep op het belastingverdrag tussen België en Nederland. Daarnaast kan deze dubbele belasting mogelijk worden vermeden door de activa voor binnenkomst in België te herwaarderen op de marktwaarde. De Belgische wet spreekt immers over de boekwaarde op het ogenblik van de verrichting (zetelverplaatsing). De minister lijkt te vereisen dat een dergelijke herwaardering nog moet hebben plaatsgevonden in de lidstaat van vertrek, hetgeen veronderstelt dat de activa herwaardeerbaar zijn volgens het boekhoudrecht van de lidstaat van vertrek. Omdat een herwaardering op basis van het Nederlandse boekhoudrecht onder voorwaarden mogelijk is, lijkt in voorkomende gevallen dubbele belastingheffing te kunnen worden vermeden.

 

Indien een herwaardering heeft plaatsgevonden in de lidstaat van vertrek, betekent dit dan ook dat minderwaarden en afschrijvingen op een geherwaardeerde basis kunnen worden berekend en fiscaal in aftrek kunnen worden gebracht? Dat hangt ervan af. Enkel indien de herwaardering aanleiding heeft gegeven tot een belastingheffing (“exitheffing”) in de lidstaat van vertrek, kunnen de latere minderwaarden, waardeverminderingen of afschrijvingen fiscaal in aftrek worden gebracht in België. Werd er geen daadwerkelijke exitheffing geheven, dan zijn de voormelde minderwaarden en dergelijke slechts aftrekbaar ten belope van de boekwaarde verminderd met het bedrag van de herwaarderingen.

 

Toekomst?

Er heerst al meerdere jaren onduidelijkheid bij de nationale wetgevers over exitheffingen en de EU-conformiteit daarvan. Op Europees niveau wordt dit probleem nu aangepakt door middel van de zogenoemde Richtlijn ter bestrijding van belastingontwijkingsprakijken (Anti-Tax Avoidance Directive). In artikel 5 van deze Richtlijn, die op 21 juni 2016 is aangenomen, zijn exitheffingen expliciet uitgewerkt. Relevant is dat de lidstaat waarnaar de zetel wordt verplaatst de marktwaarde van overgebrachte activa moet erkennen als beginwaarde voor fiscale doeleinden (step-up). Indien de Richtlijn door de lidstaten wordt goedgekeurd, zal België haar wetgeving op dit punt moeten aanpassen en heeft zij daar tot en met 31 december 2019 de tijd voor.

 

 

Kris Lievens en Oscar Boban

 

Ga terug naar de overzichtspagina

© 2017 KPMG Advisory, een Belgische burgerlijke CVBA en lid van het KPMG netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn met KPMG International Cooperative (“KPMG International”), een Zwitserse entiteit. Alle rechten voorbehouden.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig