Consultatieronde innovatiebox

Consultatieronde innovatiebox

Wij zijn in de nieuwsbrief van april 2016 ingegaan op de mogelijke aanpassing van het innovatieboxregime in Nederland. Inmiddels heeft een internetconsultatieronde plaatsgevonden naar aanleiding van de voorgestelde aanpassingen voor de innovatiebox.

Gerelateerde content

Wij zijn in de nieuwsbrief van april 2016 ingegaan op de mogelijke aanpassing van het innovatieboxregime in Nederland. Inmiddels heeft een internetconsultatieronde plaatsgevonden naar aanleiding van de voorgestelde aanpassingen voor de innovatiebox. De conceptvoorstellen bevatten belangrijke wijzigingen in de innovatiebox in lijn met het ‘Base Erosion and Profit Shifting’-project van de OESO (‘BEPS’). Daarbij zijn de nexusbenadering en de aanscherping van de definitie van een kwalificerend immaterieel activum de belangrijkste wijzigingen. Het effectieve tarief voor winst die toe te rekenen is aan de innovatiebox, blijft ongewijzigd op 5%.

 

In deze bijdrage behandelen wij de meest belangrijke en voor veel belastingplichtigen ingrijpende wijzigingen.

 

Verschil tussen ‘kleine’ en ‘grote’ belastingplichtigen

Een belangrijke wijziging is gelegen in het onderscheid tussen ‘kleine’ en ‘grote’ ondernemingen. Een onderneming kwalificeert als klein indien zij voldoet aan een tweetal voorwaarden. Allereerst dient de onderneming op groepsniveau in het desbetreffende jaar en de vier voorafgaande jaren tezamen een netto-omzet te hebben van maximaal € 250 miljoen. De tweede voorwaarde houdt in dat de voordelen die belastingplichtige geniet uit hoofde van immateriële activa (waarvoor een S&O-verklaring is afgegeven) vermeerderd met de kosten van de belastingplichtige ter verwerving van die voordelen, in het jaar en de vier voorafgaande jaren tezamen minder bedragen dan € 37,5 miljoen. Indien in een bepaald jaar niet langer aan een van deze twee voorwaarden wordt voldaan, wordt de onderneming als ‘groot’ aangemerkt.

 

Kwalificerende immateriële activa

Voor kleine ondernemingen blijft toegang tot de innovatiebox met alleen een S&O-verklaring openstaan. Voor grotere belastingplichtigen is een kwalificerend immaterieel activum gedefinieerd als een zelf ontwikkeld immaterieel activum waarvoor een S&O-verklaring is verkregen en waarvoor bovendien een octrooi/patent, kwekersrecht of een geneesmiddelenvergunning is verleend. Dit is een significante verandering (verslechtering) ten opzichte van de huidige situatie, waarin grotere belastingplichtigen kunnen kwalificeren voor de regeling wanneer zij een patent of kwekersrecht hebben of wanneer een S&O-verklaring is verkregen.

 

Voor grote belastingplichtigen is van belang dat als zij beschikken over een S&O-activum waarvoor bijvoorbeeld tevens een octrooi is verkregen, dat dan ook alle S&O-activa kwalificeren die met het S&O-activum samenhangen. Dit is een verruiming ten opzichte van de huidige regelgeving.

 

Voor grote belastingplichtigen wordt programmatuur ook specifiek genoemd als een kwalificerend immaterieel activum wanneer ter zake van de ontwikkeling een S&O-verklaring is verkregen. Dit is een belangrijke verduidelijking, omdat programmatuur in de praktijk niet of nauwelijks wordt gepatenteerd en vaak op een S&O-verklaring steunt als toegangsticket voor de innovatiebox.

 

Ook een exclusieve licentie op bijvoorbeeld een patent, kwekersrecht of programmatuur kan volgens de voorgestelde regeling leiden tot een kwalificerend immaterieel activum, wat een welkome verruiming van de huidige regels is. Volgens de toelichting in dit verband kan de innovatiebox op deze wijze ook worden gebruikt als een octrooi is afgegeven aan een ander dan de belastingplichtige die het immateriële activum heeft ontwikkeld. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen bij ondernemingen die octrooien centraal beheren in een andere vennootschap dan de vennootschap die het S&O-werk doet.

 

Welke winst komt toe aan de innovatiebox?

In lijn met de verwachting bevat het voorstel een nexusbepaling. Deze houdt in dat alleen winst die toe te rekenen is aan eigen ontwikkelingswerk van de onderneming voor de innovatiebox kwalificeert. Daarom wordt bepaald dat winst uit immateriële activa voor zover die zijn ontwikkeld met hulp van groepsmaatschappijen op basis van contractresearch, niet kwalificeert. De voorgestelde wetgeving laat echter ruimte om in beperkte mate S&O-activiteiten te outsourcen zonder dat dit de toepassing van de innovatiebox beperkt. Het direct of indirect outsourcen van S&O-activiteiten naar derden of binnen een fiscale eenheid wordt in principe niet door deze nexusbenadering geraakt. Conform huidig recht blijft de innovatiebox niet van toepassing op aangekochte immateriële activa en komt alleen doorontwikkeling van aangekochte immateriële activa die leidt tot nieuwe immateriële activa in aanmerking voor de innovatiebox.

 

Wij gaan hier niet in op de technische wijzigingen en de formule om de kwalificerende voordelen te berekenen.

 

Overgangsrecht

Een periode van overgangsrecht tot 1 juli 2021 geldt voor alle kwalificerende immateriële activa voortgebracht voor 1 juli 2016. Dit betekent dat alle huidige regels voor een periode van vijf jaar van toepassing blijven voor een kwalificerend immaterieel activum. In gevallen waar echter sprake is van continue (door)ontwikkeling is bij aanvang van de innovatiebox veelal een ingroeiperiode in acht genomen. Het is daarom zeker niet ondenkbaar dat de Belastingdienst in deze situaties ook stelt dat er een vergelijkbare uitgroeiperiode in acht moet worden genomen. Dit kan tot gevolg hebben dat belastingplichtigen al voor 1 juli 2021 geen gebruik meer kunnen maken van de innovatiebox.

 

Alle immateriële activa ontwikkeld vanaf 1 juli 2016 zullen moeten worden getoetst aan de nieuwe regels en zullen daarom onderhevig zijn aan de aangescherpte definitie van kwalificerend immaterieel activum en de nexusbenadering. Specifieke overgangsregels zullen ook gelden met betrekking tot de nieuwe administratieve verplichtingen.

 

Een specifieke regel wordt geïntroduceerd voor gepatenteerde immateriële activa of kwekersrechten ontwikkeld voor 1 januari 2017. Deze blijven kwalificeren voor de innovatiebox zonder tijdsbegrenzing, zelfs wanneer zij niet binnen de nieuwe definitie van kwalificerend immaterieel activum vallen. In specifieke omstandigheden betekent het voorgaande dat het kan lonen om een patent of kwekersrecht nog voor 1 januari 2017 te verkrijgen.

 

Hoe nu verder?

Hoewel de voorgestelde wetgeving nog geenszins definitief is, achten wij het waarschijnlijk dat elementen zoals de nexusbenadering en de aangescherpte definitie voor kwalificerend immaterieel activum zullen worden geïmplementeerd, gegeven de consensus en afspraken die op het internationale vlak over deze onderwerpen bestaan.

 

Deze veranderingen kunnen een grote impact hebben op de voordelen die belastingplichtigen in de toekomst kunnen genieten op basis van de innovatiebox, zelfs indien vaststellingsovereenkomsten met de Belastingdienst zijn gemaakt die pas aflopen na 1 januari 2017. Uitgangspunt is dat de bestaande vaststellingsafspraken met de Belastingdienst komen te vervallen per 1 januari 2017 als de nieuwe wetgeving van kracht wordt. We verwachten dat als de voorgestelde wetgeving wordt aangenomen er ook nader beleid zal worden gepubliceerd hoe om te gaan met lopende vaststellingsovereenkomsten. In dit verband is het derhalve raadzaam na te gaan of en in hoeverre uw onderneming voldoet aan de voorgestelde wetgeving en wat eventuele actiepunten zijn.

 

 

Wouter Peeters en Mark Bos

Ga terug naar de overzichtspagina

© 2017 KPMG Advisory, een Belgische burgerlijke CVBA en lid van het KPMG netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn met KPMG International Cooperative (“KPMG International”), een Zwitserse entiteit. Alle rechten voorbehouden.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig

Nieuwe digitale platform van KPMG

KPMG International heeft een state of the art digitaal platform ontwikkeld dat uw digitale ervaring verbetert en het vinden van nieuwe en relevante content optimaliseert.

 
Lees meer