Aanpassingen van de Europese douanewetgeving per 1 mei 2016

Aanpassingen van de Europese

Het werd al (veel) eerder aangekondigd, maar per 1 mei 2016 wordt dan toch de Union Customs Code (UCC) ofwel het Douanewetboek van de Unie (DWU) van toepassing.

Contact

Gerelateerde content

Het werd al (veel) eerder aangekondigd, maar per 1 mei 2016 wordt dan toch de Union Customs Code (UCC) ofwel het Douanewetboek van de Unie (DWU) van toepassing. Op die datum vervalt het communautair douanewetboek (CDW), wat gevolgen heeft voor de douane en het bedrijfsleven.


Het DWU voorziet in een verdere vereenvoudiging van de internationale handel, de Europese harmonisatie en standaardisatie van procedures en gegevens en de volledig elektronische afhandeling van alle douaneformaliteiten binnen de hele Unie. Voor veel bedrijven betekent dit dat de komende periode nog heel wat werk moet worden verzet.



Wat zijn de gevolgen voor het bedrijfsleven?


Voor sommige bedrijven zijn de gevolgen klein en voor andere ingrijpend. Een van de belangrijkste wijzigingen ziet op het vaststellen van de douanewaarde. Deze wordt bepaald op basis van de verkoop die plaatsvond net voordat de goederen in de Europese Unie (hierna: EU) zijn binnengebracht (laatste verkoop). Dit zal voor veel bedrijven kostprijsverhogend werken. De nieuwe douanewetgeving voorziet bijvoorbeeld niet meer in ‘first sale for export’ (FSFE). Dit is een term waarmee wordt bedoeld dat bij een keten van transacties de transactiewaarde is gebaseerd op een eerdere of de eerste transactieprijs. Dit in tegenstelling tot de hoofdregel, waarbij de transactiewaarde moet worden gesteld op de prijs van de laatste transactie voordat het goed daadwerkelijk in de EU wordt geïmporteerd.

De tweede belangrijke hervorming is de wijziging ten aanzien van de te betalen royalty’s en licentierechten. De huidige douanewetgeving stelt dat royalty's en licentierechten alleen bij de douanewaarde moeten worden geteld van de ingevoerde goederen indien de koper deze moet betalen als een voorwaarde van verkoop en deze nog niet zijn opgenomen in de prijs die wordt betaald. In het DWU is bepaald dat de royalty’s en licentierechten ook belastbaar zijn indien de goederen niet kunnen worden verkocht aan de koper of gekocht door de koper zonder betaling van de royalty's of licentierechten aan een licentiegever.

Ten aanzien van het ontwerp en de ontwikkeling van de kosten is in het DWU nu duidelijk aangegeven dat ook kosten van mislukte ontwikkelingsactiviteiten bij de douanewaarde horen voor zover deze plaatsvinden bij projecten of orders met betrekking tot de ingevoerde goederen. Hoewel deze nieuwe formulering een uitbreiding lijkt op het gebied van ontwikkelingskosten, rijst de vraag of het inderdaad een uitbreiding is of gewoon een verduidelijking van de bestaande praktijk. Het kan worden gesteld dat de huidige douanewetgeving ook vereist dat importeurs de kosten in verband met mislukte ontwikkelingsactiviteiten aan de douanewaarde toevoegen. Uit de praktijk blijkt dat sommige bedrijfstakken bang zijn dat de nieuwe formulering tot meer conflicten met de douaneautoriteiten zou kunnen leiden.

Overige (niet-limitatieve) wijzigingen:

  • Bepaalde douaneregelingen en -procedures verdwijnen Ook met betrekking tot speciale procedures zal een aantal veranderingen optreden. Het zogenoemde actieve-veredelingsterugbetalingssysteem verdwijnt. De behandeling onder douanetoezicht en het zogenoemde actieve-veredelingsschorsingssysteem worden geïntegreerd. In het administratieve proces ontstaan nieuwe eisen. Het douane-entrepot type D (bepaling douanewaarde op het tijdstip van inslag) wordt afgeschaft.
  • Indien in de toekomst wordt geopteerd voor een bindende tariefinlichting (BTI), dan is het belangrijk om op de hoogte te zijn van de wijzigingen. De geldigheid wordt teruggebracht van zes naar drie jaar en het is mogelijk een BTI aan te vragen per productgroep in plaats van per product. Als een BTI is verkregen, dan dient deze in alle gevallen bij het in het vrije verkeer brengen in de EU te worden gebruikt en als referentie in de aangifte te worden opgenomen. Met het oog op het toezicht zullen de autoriteiten gebruikmaken van de mogelijkheid om in elke douaneaangifte te laten verwijzen naar de van toepassing zijnde BTI.
  • De AEO- (‘authorized economic operator’) voorwaarden zullen in het nieuwe DWU een grotere rol (‘verhoogd belang’) krijgen. Om in aanmerking te komen voor bepaalde douanevereenvoudigingen is vereist dat minstens dient te worden voldaan aan de voorwaarden die zijn gesteld voor het verkrijgen van een AEO-certificering. Om deze certificering te verkrijgen mag geen sprake zijn van ernstige of herhaalde overtredingen van douanewetgeving en/of belastingvoorschriften (AEO-C) en moet sprake zijn van:
  • een passende handels- en vervoersadministratie die douanecontroles mogelijk maakt (AEO-C);
  • praktische vakbekwaamheid of beroepskwalificaties (AEO-C);
  • financiële solvabiliteit (AEO-C);
  • passende veiligheidsnormen (AEO-S).
  • Het DWU biedt diverse bijzondere vereenvoudigingen, zoals gecentraliseerde vrijmaking, inschrijving in de administratie van de aangever en/of beoordeling door de marktdeelnemer zelf (self-assessment).
  • In het DWU wijzigt de definitie van exporteur.

    Indien een of meerdere van bovengenoemde wijzigingen uw onderneming raken, dan adviseren wij u zo spoedig mogelijk actie te ondernemen. Uiteraard zijn wij u hierbij graag van dienst.

          René Hendriksen

Ga naar de overzichtspagina

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig

Nieuwe digitale platform van KPMG

KPMG International heeft een state of the art digitaal platform ontwikkeld dat uw digitale ervaring verbetert en het vinden van nieuwe en relevante content optimaliseert.

 
Lees meer