Eindarresten ten aanzien van de Nederlandse dividendbelasting

Eindarresten ten aanzien

In september 2015 oordeelde het Europese Hof van Justitie (hierna: HvJ) in de gevoegde zaken Miljoen, X en Société Générale.

Contact

Gerelateerde content

In september 2015 oordeelde het Europese Hof van Justitie (hierna: HvJ) in de gevoegde zaken Miljoen, X en Société Générale. Wij verwijzen naar de oktober 2015-editie van deze newsletter. Begin maart 2016 wees de Nederlandse Hoge Raad zijn eindarresten in dit kader.

De zaken waarin de Hoge Raad nu arrest heeft gewezen betreffen de heffing van Nederlandse dividendbelasting van drie buitenlandse aandeelhouders: twee Belgische particulieren (Miljoen en X) en een Franse bank (Société Générale). Zij namen het standpunt in dat de heffing van Nederlandse dividendbelasting in strijd was met het vrije kapitaalverkeer, omdat de dividenden die zij ontvingen effectief zwaarder werden belast dan de dividenden ontvangen door met hen vergelijkbare inwoners van Nederland.

Nederlandse particuliere aandeelhouders kunnen de Nederlandse dividendbelasting volledig verrekenen met de door hen verschuldigde Nederlandse inkomstenbelasting (box 3 vermogensrendementsheffing). In Nederland gevestigde lichamen kunnen de Nederlandse dividendbelasting volledig verrekenen met de door hen verschuldigde Nederlandse vennootschapsbelasting.

De procederende Belgische particulieren en Société Générale hadden bovengenoemde mogelijkheid tot verrekening niet en het HvJ oordeelde in 2015 dat hiermee wel degelijk rekening diende te worden gehouden. Het HvJ gaf reeds op hoofdlijnen aan hoe de vergelijking tussen belanghebbenden en met hen vergelijkbare inwoners van Nederland moest worden gemaakt.

Het eindarrest van de Hoge Raad in de zaak Société Générale is in lijn met het arrest van het HvJ en biedt (nagenoeg) geen relevante nieuwe inzichten. Op basis hiervan zijn de mogelijkheden tot terugvordering van Nederlandse dividendbelasting door buitenlandse vennootschappen beperkt.

De eindarresten van de Hoge Raad ten aanzien van Miljoen en X bieden wel een interessante verduidelijking. De Hoge Raad oordeelt namelijk dat – bij de berekening van de belastingdruk van een vergelijkbare (fictieve) inwoner van Nederland – het volledige heffingvrije vermogen in mindering mag worden gebracht op de waarde van de aandelen in Nederlandse vennootschappen.

Dit oordeel pakt gunstiger uit voor buitenlandse particulieren dan de uitwerking die de advocaat-generaal onlangs aanvoerde. Deze pleitte ervoor slechts een pro-ratagedeelte van het heffingvrije vermogen in aanmerking te nemen indien het vermogen van de betreffende niet-inwoner niet alleen aandelen in Nederlandse vennootschappen omvat.

De eindarresten geven echter geen uitsluitsel over het antwoord op de vraag of – bij de berekening van de belastingdruk van een vergelijkbare (fictieve) inwoner van Nederland – het relevant is of een buitenlandse particulier zijn Nederlandse portfolioaandelen met vreemd vermogen heeft gefinancierd. De advocaat-generaal stelde, in het voordeel van buitenlandse particulieren, dat hiermee in voorkomende gevallen rekening dient te worden gehouden.

De staatssecretaris heeft eerder aangekondigd na de eindarresten van de Hoge Raad in een beleidsbesluit helderheid te verschaffen over de toe te passen vergelijkingsmaatstaf. Wij wachten dit besluit met belangstelling af. Indien u als buitenlandse particulier wordt geconfronteerd met inhouding van Nederlandse dividendbelasting op uw Nederlandse portfolioaandelen, adviseren wij u de vergelijking reeds te (laten) maken.

Mark Bos en Mark Foesenek

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig

Nieuwe digitale platform van KPMG

KPMG International heeft een state of the art digitaal platform ontwikkeld dat uw digitale ervaring verbetert en het vinden van nieuwe en relevante content optimaliseert.

 
Lees meer