Belasting op meerwaarden op aandelen

Belasting op meerwaarden op aandelen

Met de wet ‘jobcreatie en koopkracht’ van 26 december 2015 wordt opnieuw een belasting op meerwaarden op aandelen ingevoerd (de speculatiebelasting). Deze belasting is de laatste in de rij van maatregelen die verder knabbelen aan het principieel belastingvrije karakter van meerwaarden op aandelen.

Gerelateerde content

Een overzicht:

1. Speculatiebelasting (wet van 26 december 2015)

Deze belasting viseert meerwaarden gerealiseerd door natuurlijke personen bij de overdracht binnen de 6 maanden van beursgenoteerde aandelen (en aanverwante financiële instrumenten).

Deze meerwaarden vormen een nieuwe categorie diverse inkomsten in de personenbelasting en de belasting van niet-inwoners.

De belasting op deze meerwaarden bedraagt 33% en zal onder de vorm van roerende voorheffing betaald worden.

De roerende voorheffing is bevrijdend, wat betekent dat de meerwaarden niet meer opgenomen moeten worden in de aangifte van de personenbelasting indien de roerende voorheffing correct werd ingehouden.

Deze belasting is van toepassing op meerwaarden op effecten die vanaf 1 januari 2016 zijn verworven. Effecten die in 2015 zijn aangekocht en binnen de 6 maanden in 2016 worden verkocht, vallen nog buiten de toepassing van deze wet.


2. Algemene principes personenbelasting

Naast de hierboven besproken speculatiebelasting, worden meerwaarden op aandelen in principe niet belast in de personenbelasting indien ze worden verwezenlijkt buiten de uitoefening van een beroepswerkzaamheid en indien ze kaderen binnen het normaal beheer van het privé-patrimonium.

Evenwel bestaat reeds jaren een belasting op meerwaarden op aandelen in de mate dat deze niet kaderen binnen dat normale beheer van het privé-vermogen (de zogenaamde ‘speculatieve’ meerwaarden). Deze meerwaarden worden eveneens belast tegen 33%.

Bovendien zijn meerwaarden op aandelen in een binnenlandse vennootschap, gerealiseerd naar aanleiding van een overdracht aan een rechtspersoon gevestigd buiten de Europese economische ruimte en waarbij de overdrager en familie meer dan 25% in handen heeft gehad in de overgedragen vennootschap, belastbaar als divers inkomen tegen een tarief van 16,5%.

Meerwaarden gerealiseerd binnen de uitoefening van een beroepswerkzaamheid zijn gewoon belastbaar tegen het progressief tarief.


3. Vennootschapsbelasting – meerwaardebelasting voor grote ondernemingen (wet van 27 december 2012)

Vennootschappen die niet als kleine vennootschappen worden aangemerkt betalen 0.4% vennootschapsbelasting vermeerderd met 3% crisisbijdrage op gerealiseerde meerwaarden op aandelen indien:

De dividenden de kwalitatieve voorwaarden vervullen voor de aftrek definitief belaste inkomsten: dit is de zogezegde taxatievoorwaarde die erop neerkomt dat de uitkerende vennootschap onderworpen moet zijn geweest aan een minimale vennootschapsbelasting.
De vennootschap gedurende een ononderbroken periode van één jaar de aandelen heeft aangehouden.
Deze belasting is van toepassing vanaf aanslagjaar 2014.

4. Vennootschapsbelasting – meerwaardebelasting voor aandelen die binnen het jaar verkocht worden (wet van 13 december 2012)

Meerwaarden gerealiseerd op aandelen waarvan de dividenden in aanmerking komen voor de aftrek definitief belaste inkomsten, maar geen ononderbroken periode van één jaar werden aangehouden, worden afzonderlijk belast aan een tarief van 25%, verhoogd met 3% crisisbijdrage.

Deze belasting is van toepassing vanaf aanslagjaar 2013 en op meerwaarden gerealiseerd vanaf 28 november 2011, voor boekjaren die afsluiten vanaf 6/4/2012.

5. Algemene principes vennootschapsbelasting

Naast de hierboven beschreven taxatie bij een verkoop binnen het jaar en bij een verkoop gerealiseerd door een grote onderneming, is een meerwaarde gerealiseerd op aandelen in de vennootschap in principe belastingvrij.
Indien de meerwaarde betrekking heeft op aandelen waarvan de dividenden niet in aanmerking komen voor de aftrek definitief belaste inkomsten omwille van de taxatievoorwaarde, dan zullen de meerwaarden op die aandelen belast worden tegen het normale tarief van de vennootschapsbelasting.

 

De speculatiebelasting in detail


1. Welke belastingplichtigen?

Enkel natuurlijke personen, onderworpen aan de personenbelasting of de belasting van niet-inwoners, worden beoogd. Vennootschappen vallen niet onder de toepassing van deze nieuwe belasting.

2. Welke aandelen?

De maatregel is enkel van toepassing op meerwaarden op beursgenoteerde aandelen, opties, warrants of afgeleide financiële instrumenten indien het onderliggende actief uitsluitend bestaat uit één of meer welbepaalde beursgenoteerde aandelen.

3. Welke meerwaarden?

De meerwaarde moet gerealiseerd worden naar aanleiding van een overdracht onder bezwarende titel en buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid.

Bovendien zijn enkel die meerwaarden bedoeld die gerealiseerd worden binnen de 6 maanden. Let wel, bij het beoordelen van die periode van 6 maanden, zal de LIFO-methode worden toegepast: de aandelen die laatst werden aangekocht, worden geacht het eerst te zijn verkocht.

Bij de bepaling van de meerwaarde mag rekening gehouden worden met de taks op de beursverrichtingen: deze mag dus bij de aankoopprijs gevoegd worden en van de verkoopprijs afgetrokken worden.

Minderwaarden zijn niet aftrekbaar. Deze mogen enkel in mindering gebracht worden van de meerwaarde als het dezelfde effecten betreft (zelfde ISIN code) die op hetzelfde moment verkocht worden.

Worden uitgesloten van deze belasting, de meerwaarden op:

  • Aandelen of effecten die door de belastingplichtige zijn verworven in het kader van zijn beroepsactiviteit (als alternatief loon, doorgaans in het kader van optie- of warrantenplannen)
  • Aandelen en aanverwante producten indien de overdracht van die effecten uitsluitend gebeurde op initiatief van de emittent en waarbij de belastingplichtige geen keuze heeft (bv. fusies of splitsingen, gedwongen verkoop van participaties van minder dan 5%).
  • Participaties in gemeenschappelijke beleggingsfondsen en instellingen voor collectieve belegging.
  • Aandelen en aanverwante producten verkregen via erfenis.


4. Hoeveel bedraagt de belasting?

Het tarief bedraagt 33%. Deze belasting zal worden ingehouden via roerende voorheffing door uw bank of financiële tussenpersoon. De roerende voorheffing is bevrijdend, wat betekent dat u de meewaarden niet meer moet vermelden in de aangifte personenbelasting. Enkel indien de meerwaarden werden gerealiseerd zonder de tussenkomst van een Belgische tussenpersoon, en dus zonder inhouding van de roerende voorheffing, moeten de meerwaarden opgenomen worden in de aangifte vennootschapsbelasting.

Het is voor deze inkomsten niet mogelijk om te kiezen voor een globalisatie (dit is het systeem waarin men kiest voor de toepassing van de gewone progressieve tarieven als dat voordeliger is).

5. Vanaf wanneer?

Deze belasting is van toepassing op meerwaarden op effecten die vanaf 1 januari 2016 zijn verworven. Effecten die in 2015 zijn aangekocht en binnen de 6 maanden in 2016 worden verkocht, vallen nog buiten de toepassing van deze wet.

© 2017 KPMG Tax and Legal Advisers, a Belgian civil CVBA/SCRL and a member firm of the KPMG network of independent member firms affiliated with KPMG International Cooperative ("KPMG International"), a Swiss entity. All rights reserved.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig

Nieuwe digitale platform van KPMG

KPMG International heeft een state of the art digitaal platform ontwikkeld dat uw digitale ervaring verbetert en het vinden van nieuwe en relevante content optimaliseert.

 
Lees meer