Conclusie A-G over de Nederlandse crisisheffing

Conclusie A-G over de Nederlandse crisisheffing

In 2013 en 2014 werd telkens ‘eenmalig’ een werkgeversheffing van 16% geheven over het salaris voor zover dat in de voorafgaande jaren, dus 2012 en 2013, meer dan € 150.000 bedroeg.

Contact

Gerelateerde content

In 2013 en 2014 werd telkens ‘eenmalig’ een werkgeversheffing van 16% geheven over het salaris voor zover dat in de voorafgaande jaren, dus 2012 en 2013, meer dan € 150.000 bedroeg. Tegen deze crisisheffing hebben werkgevers massaal bezwaar gemaakt. Een aantal van deze bezwaren wordt als proefprocedure uitgeprocedeerd. Daarnaast zijn er ook individuele procedures aanhangig.


Recent heeft advocaat-generaal Wattel (hierna: A-G) conclusie genomen in een door Meijburg & Co gevoerde proefprocedure tegen de crisisheffing 2014 (met als grondslag dus het loon van 2013). De A‑G concludeert dat (deels) sprake is van terugwerkende kracht en dat die terugwerkende kracht niet kan worden gerechtvaardigd. De crisisheffing vormt volgens de A-G een schending van het recht op eigendom dat wordt beschermd door artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM).

De A-G betoogt dat de crisisheffing 2014 in feite twee gerechtvaardigde verwachtingen van belastingbetalers schond. Ten eerste ging het om de verwachting dat de wetgever zich zou houden aan zijn aankondiging dat de crisisheffing alleen in 2013 zou worden geheven en ten tweede om de verwachting dat over tijdvakken die al zijn verstreken niet nogmaals belasting zou worden geheven.

De A-G komt tot de conclusie dat de werking van de crisisheffing daarom niet verder mocht teruggaan dan tot 17 september 2013. Op die datum, Prinsjesdag 2013, is naar de mening van de A-G de eenmalige verlenging van de crisisheffing pas voldoende aangekondigd. De crisisheffing kan daarom niet plaatsvinden over het loon voor 17 september 2013 voor zover dat meer is dan € 150.000. De A-G maakt daarbij geen onderscheid tussen incidenteel loon (zoals een bonus) en regulier loon.

Ter illustratie geven wij het volgende voorbeeld.

Een werknemer heeft in 2013 een salaris van € 325.000 genoten. Daarover is € 28.000 (€ 325.000 ‑ € 150.000 = € 175.000 x 16%) aan crisisheffing afgedragen.

Tot 17 september 2013 bedroeg zijn salaris € 225.000 en na 17 september 2013 was dit € 100.000. Indien de Hoge Raad de A-G volgt, dan zou de verschuldigde crisisheffing worden berekend over de € 100.000 die na 17 september 2013 is genoten. De verschuldigde crisisheffing bedraagt dan € 16.000. Over het salaris tot 17 september 2013 mag volgens de A-G vanwege de terugwerkende kracht geen crisisheffing worden geheven. Wel telt dat salaris mee voor het bereiken van de drempel van € 150.000.

In een procedure tegen de crisisheffing 2013 (over het loon in 2012) concludeerde de A-G eerder dit jaar ook dat sprake is van ongerechtvaardigde terugwerkende kracht. De werking van de crisisheffing mocht daarbij niet verder teruggaan dan tot 25 mei 2012. Op die datum is naar de mening van de A-G de crisisheffing 2013 pas voldoende aangekondigd.

Uiteraard is het nu wachten op het arrest van de Hoge Raad. Indien deze de adviezen van de A-G volgt, kan dat voor degenen die bezwaar hebben gemaakt tegen de crisisheffing in sommige gevallen tot een teruggaaf van een deel daarvan leiden. Uiteraard houden wij u op de hoogte van de ontwikkelingen. Als u vragen hebt over de gevolgen voor de door u betaalde crisisheffing, raden wij u aan contact op te nemen met uw contactpersoon bij Meijburg & Co.


Esther Schutte en Sandy Govers

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig

Nieuwe digitale platform van KPMG

KPMG International heeft een state of the art digitaal platform ontwikkeld dat uw digitale ervaring verbetert en het vinden van nieuwe en relevante content optimaliseert.

 
Lees meer