Europese Hof van Justitie acht Nederlandse | KPMG | BE

Europese Hof van Justitie acht Nederlandse dividendbelasting in strijd met EU-recht

Europese Hof van Justitie acht Nederlandse

Onlangs heeft het HvJ (gedeeltelijk) in het voordeel van belanghebbenden beslist.

1000

Contact

Gerelateerde content

Onlangs heeft het HvJ (gedeeltelijk) in het voordeel van belanghebbenden beslist.
 
 
In de juni 2015-editie van deze newsletter berichtten wij u over de conclusie van advocaat-generaal Jääskinen van het Europese Hof van Justitie (hierna: HvJ) in de gevoegde zaken Miljoen, X en Société Général. Onlangs heeft het HvJ (gedeeltelijk) in het voordeel van belanghebbenden beslist.

De gevoegde zaken betreffen de heffing van Nederlandse dividendbelasting van drie buitenlandse aandeelhouders: twee Belgische particulieren en een Franse bank. Zij namen het standpunt in dat de heffing van Nederlandse dividendbelasting in strijd was met het vrije kapitaalverkeer, omdat de dividenden die zij ontvingen effectief zwaarder werden belast dan de dividenden die met hen vergelijkbare inwoners van Nederland ontvingen.

Nederlandse particuliere aandeelhouders kunnen de Nederlandse dividendbelasting volledig verrekenen met de door hen verschuldigde Nederlandse inkomstenbelasting (box 3). In Nederland gevestigde lichamen kunnen de Nederlandse dividendbelasting volledig verrekenen met de door hen verschuldigde Nederlandse vennootschapsbelasting.

De procederende Belgische particulieren – van wie wij er één hebben vertegenwoordigd – konden de verschuldigde Nederlandse dividendbelasting niet (volledig) verrekenen en Société General had op basis van het belastingverdrag tussen Nederland en Frankrijk onder voorwaarden recht op een verrekening (‘ordinary credit’). De vraag of er bij de vergelijking tussen belanghebbenden en met hen vergelijkbare inwoners van Nederland rekening mee diende te worden gehouden dat belanghebbenden de Nederlandse dividendbelasting niet (volledig) konden verrekenen, beantwoordde het HvJ bevestigend.


Miljoen en X

Op basis van het arrest van het HvJ dient Nederland aan de Belgische particulieren een teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting te verlenen voor zover de Nederlandse dividendbelasting de (fictief) verschuldigde Nederlandse inkomstenbelasting (box 3) – over hun Nederlandse aandelen in het betreffende kalenderjaar – te boven gaat. Overigens heeft het HvJ geoordeeld dat bij de berekening van de (fictief) verschuldigde Nederlandse inkomstenbelasting (box 3) het zogenoemde heffingvrije vermogen in aanmerking moet worden genomen

Het volgende voorbeeld dient ter toelichting.
 
Waarde Nederlandse aandelen  €   100.000
Af: heffingvrije vermogen  €   20.000
Rendementsgrondslag box 3   €   80.000
Brutodividend  €   10.000
Af: Nederlandse dividendbelasting €   1.500  15% van € 10.000
Af: Belgische personenbelasting     €   2.125   25% van (€ 10.000 -/- € 1.500)      
Nettodividend    €   6.375

 

De Nederlandse dividendbelasting bedraagt € 1.500. De (fictief) verschuldigde Nederlandse inkomstenbelasting bedraagt € 960 (1,2% van € 80.000). Derhalve dient Nederland op basis van het arrest een teruggaaf Nederlandse dividendbelasting van € 540 (€ 1.500 -/- € 960) te verlenen.

Of en in hoeverre de verschuldigde Belgische personenbelasting naar aanleiding van een teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting zal worden gecorrigeerd, is op dit moment onzeker.

Overigens heeft het HvJ zich, omdat deze vraag in de procedure niet werd gesteld, niet uitgelaten over de vraag of schulden die verband houden met de Nederlandse aandelen van een particuliere belegger in aanmerking mogen worden genomen bij de berekening van de (fictief) verschuldigde Nederlandse inkomstenbelasting (box 3).

Indien deze vraag bevestigend moet worden beantwoord, zal het aantal buitenlandse particulieren dat recht heeft op een teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting toenemen.

 

Société Général

Op basis van het arrest dient Nederland aan Société Général een teruggaaf Nederlandse dividendbelasting te verlenen indien en voor zover de Nederlandse dividendbelasting de (fictief) verschuldigde Nederlandse vennootschapsbelasting te boven gaat. In dit kader kwam onder meer aan de orde of – voor de bepaling van de (fictief) verschuldigde Nederlandse vennootschapsbelasting – eventuele financieringskosten en transactiekosten die samenhangen met de Nederlandse aandelen in aftrek mochten worden gebracht. Helaas voor belanghebbende oordeelde het HvJ dat slechts kosten die rechtstreeks samenhangen met de inning van dividenden als zodanig in aanmerking mogen worden genomen.

 

Neutralisatie

Tot slot oordeelde het HvJ dat sprake is van neutralisatie – lees: dat de heffing van Nederlandse dividendbelasting van buitenlandse aandeelhouders niet in strijd is met het vrije kapitaalverkeer – indien de buitenlandse aandeelhouder de geheven Nederlandse dividendbelasting op basis van het toepasselijke verdrag in zijn woon- respectievelijk vestigingsstaat volledig kan verrekenen.

Omdat Miljoen, X en Société Général de ingehouden Nederlandse dividendbelasting niet (volledig) konden verrekenen, was van neutralisatie bij hen geen sprake.

Mogelijk heeft u als particulier op basis van het besproken arrest recht op een teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting. Indien dit het geval is, adviseren wij u tijdig om een teruggaaf te verzoeken. Hiervoor geldt in beginsel een termijn van vijf jaar.


Erwin Nijkeuter en Mark Foesenek

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig