Transactie financiering: regels inzake aftrekbaarheid van interesten en bronheffing

Transactie financiering

In deze bijdrage treft u kenmerkende verschillen tussen het Nederlandse en Belgische belastingrecht met betrekking tot de financiering van een transactie aan.

Contact

Gerelateerde content

In deze bijdrage treft u kenmerkende verschillen tussen het Nederlandse en Belgische belastingrecht met betrekking tot de financiering van een transactie aan. Een groot verschil is dat België wel en Nederland geen bronheffing op rente kent. Vanuit Belgisch perspectief zal bij de financiering van een transactie daarom ook altijd goed stil moeten worden gestaan bij bronheffingproblematiek.

 

Vanuit Nederlands perspectief geldt dit vanwege het ontbreken van een belastingwet die interest- en royaltybetaling aan een heffing onderwerpt echter in het geheel niet. Het Belgische belastingrecht heeft een redelijk beperkt aantal renteaftrekbeperkingen waar de Nederlandse vennootschapsbelasting wordt gekenmerkt door meerdere renteaftrekbeperkingen. De verschillen in regelgeving verdienen uiteraard aandacht bij het bepalen van de wijze waarop een transactie wordt gefinancierd.


Aftrekbaarheid van interesten

België

De verkrijgende vennootschap kan ervoor opteren om externe financiering aan te spreken om de aandelen aan te kopen. In de regel worden interesten met betrekking tot leningen die worden aangegaan voor de aankoop van aandelen als een fiscaal aftrekbare beroepskost aangemerkt wanneer deze onder meer voldoen aan het ‘arm’s length-principe’ en werden gedaan of gedragen om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden. Met betrekking tot deze laatste voorwaarde is het feit dat de lening wordt aangegaan om aandelen te verwerven die in de toekomst inkomsten kunnen opbrengen die van een fiscaal gunstig regime genieten (bijvoorbeeld verwezenlijkte meerwaarden), er niet toe leidt dat de betaalde interesten niet aftrekbaar zouden zijn.

De aftrekbaarheid van interesten van leningen wordt in België nog beperkt op basis van de thincap‑regeling. Wanneer de werkelijke verkrijgers van de interesten (i) hetzij onderworpen zijn aan een aanzienlijk gunstiger belastingregime in vergelijking met het normale Belgische belastingregime, (ii) hetzij deel uitmaken van een groep waartoe de schuldenaar behoort, dan wordt de aftrek van interesten van leningen verworpen indien – en in de mate van de overschrijding – het totale bedrag van deze leningen hoger is dan vijfmaal de som van de belaste reserves bij het begin van het belastbare tijdperk en het gestorte kapitaal bij het einde van dit tijdperk.

Met de introductie van deze 5/1-debt-to-equityratio voor intragroepsfinanciering blijft weliswaar nog een ruime marge over voor intragroepsfinanciering en daarnaast kan steeds via externe financiële instellingen worden ingeleend zonder negatieve gevolgen onder de thincap‑regeling.

  • Andere beperkingen

Interesten betaald aan buitenlandse vennootschappen of vaste inrichtingen die krachtens de bepalingen van de wetgeving van het land waar zij gevestigd zijn niet aan inkomstenbelasting zijn onderworpen of voor zulke inkomsten aldaar aan een aanzienlijk gunstigere belastingregeling zijn onderworpen dan die waaraan die inkomsten in België zijn onderworpen, zijn niet aftrekbaar, tenzij de belastingplichtige kan aantonen dat de interesten werden betaald in het kader van werkelijke en oprechte verrichtingen en mits zij de normale grenzen niet overschrijden (arm’s length-principe).

Vennootschappen moeten daarenboven aangifte doen van hun rechtstreekse of onrechtstreekse betalingen aan belastingparadijzen. De aangifte moet evenwel slechts worden gedaan voor zover het totaal van de betalingen tijdens het belastbare tijdperk minimaal € 100.000 bedraagt.

Nederland

In beginsel zijn voor de Nederlandse vennootschapsbelasting rentebetalingen wel en dividenden niet aftrekbaar van de fiscale winst. Op de niet-aftrekbaarheid van dividenden bestaan geen uitzonderingen, op de aftrekbaarheid van rente wel. Het valt buiten het bestek van deze korte bijdrage alle mogelijkheden volledig toe te lichten. Onderstaand beschrijven wij een drietal regels die rente-aftrek kunnen beperken. Ondanks deze Nederlandse regelgeving, blijkt in de praktijk,dat goed te werken valt met deze bepalingen. Een deskundige fiscale begeleiding bij een overname is uiteraard wel van groot belang.

 

  • Besmette transacties en rente-aftrek

Rentelasten (valutaresultaten daaronder begrepen) op een lening kunnen niet aftrekbaar zijn voor de vennootschapsbelasting wanneer de lening is opgenomen in het kader van bepaalde omschreven ‘besmette’ transacties. Het gaat dan onder andere om de aankoop van aandelen als de vennootschap waarvan aandelen worden overgenomen tot de groep gaat behoren (‘verbonden lichaam’).

Deze regel kent een tegenbewijsregeling. De aftrekbeperking is niet van toepassing als aannemelijk kan worden gemaakt dat de aankooptransactie en het aangaan van de lening op zakelijke gronden berusten. Een tweede tegenbewijsmogelijkheid is dat aannemelijk wordt gemaakt dat de rentebate bij de crediteur effectief is belast tegen een redelijk tarief naar Nederlandse maatstaven en dat geen sprake is van gebruik van verliezen of andere aanspraken. Deze beperking werkt derhalve in een beperkt aantal gevallen: als een vennootschap wordt gekocht van een derde met behulp van een lening opgenomen bij bijvoorbeeld een bank, dan zal de rente gewoon aftrekbaar zijn. Garanties gegeven door groepsmaatschappijen op de banklening kunnen echter roet in het eten gooien.

In de praktijk zal altijd goed worden gekeken naar wie de financiering heeft verstrekt en voor welk doel (bijvoorbeeld aankoop aandelen of verstrekken werkkapitaal).

 

  • Deelnemingsrente

Met ingang van 2013 geldt een beperking in de vennootschapsbelasting van de aftrek van bovenmatige rente die verband houdt met de financiering van deelnemingen (‘deelnemingsrente’). Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen groepsleningen en leningen van derden. Als de gekochte deelneming niet wordt gevoegd in een fiscale eenheid, bijvoorbeeld een buitenlandse deelneming, is de regeling inzake de deelnemingrente in Nederland mogelijk van toepassing.

De niet-aftrekbare deelnemingsrente is het deel van de totale rente dat ziet op deelnemingsschulden. Van een deelnemingsschuld is sprake indien en voor zover het gezamenlijke bedrag van de verkrijgingsprijs van de deelnemingen (waarop de deelnemingsvrijstelling van toepassing is) uitgaat boven het fiscaal eigen vermogen van de belastingplichtige. Vervolgens is de rente die verband houdt met de deelnemingsschuld in beginsel niet aftrekbaar. Dit bovenmatige deel wordt bepaald door (jaarlijks) het bedrag van de deelnemingsschulden te delen door het totale bedrag van de geldleningen en de uitkomst van deze breuk te vermenigvuldigen met de totaal in het jaar verschuldigde rente. De eerste € 750.000 aan bovenmatige deelnemingsrente is altijd aftrekbaar.

Voor uitbreidingsinvesteringen geldt een gunstige uitzondering. In beginsel worden bij het bepalen van de deelnemingsschuld verkrijgingsprijzen buiten aanmerking gelaten voor zover de verwerving van de deelneming verband houdt met een uitbreiding van de operationele activiteiten van de groep binnen twaalf maanden daarvoor of daarna.

De uitzondering voor uitbreidingsinvesteringen geldt niet in bepaalde, onwenselijk geachte situaties. Hierbij moet worden gedacht aan een 'double dip', hybride financiering en situaties waarin de verwerving – los van de renteaftrek – niet zou hebben plaatsgevonden.

Een uitvoeringsbesluit geeft nadere regels inzake reorganisaties en het aangaan of beëindigen van een fiscale eenheid.
Zeker bij M&A transacties waarbij meerdere binnen- en buitenlandse vennootschappen worden gekocht, zal naar de soms zeer complexe werking van deze regeling moeten worden gekeken. Een goede en tijdige analyse zou toepassing van deze regelingregelgeving kunnen beperken of voorkomen.


  • Acquisitie vennootschappen en rente

De meest gebruikte structuur om in Nederland een Nederlandse vennootschap over te nemen, is een acquisitievennootschap op te richten of een bestaande Nederlandse vennootschap te gebruiken en die te financieren met een mix van eigen en vreemd vermogen. De houdstervennootschap koopt dan de acquisitievennootschap en voegt deze in een fiscale eenheid. Een van de voordelen van een fiscale eenheid is dat alle resultaten van de tot deze fiscale eenheid behorende vennootschappen effectief geconsolideerd worden.

Zo wordt de rentelast op de acquisitielening bij de houdstervennootschap effectief in aftrek gebracht van de operationele winst van de gekochte vennootschap. Er is echter een aftrekbeperking die een maximum aan renteaftrek bepaalt. Allereerst is aftrek van rente op acquisitieleningen (overnamerente) gemaximeerd tot het bedrag van de eigen winst van die acquisitievennootschap. Vervolgens is een bedrag aan overnamerente van € 1.000.000 altijd aftrekbaar (franchise).

Overschrijdt de rentelast het bedrag van de franchise en de positieve eigen winst, dan is de overnamerente ook nog steeds volledig aftrekbaar als de acquisitielening hoger is dan 60% van de prijs van de aandelen van de overgenomen vennootschap. Dit percentage wordt ieder jaar verlaagd met 5%, tot een minimum van 25%.

Rentelasten die onder deze regel niet aftrekbaar zijn, kunnen vooruitgewenteld worden naar een volgend jaar.

Gezien de afloop van het percentage van 60% naar 25% zal bij een M&A-transactie goed worden gekeken naar de condities van de financiering. Het gebruik van een lening die in een aantal jaar wordt afgelost heeft dan de voorkeur boven een lening die pas aan het eind van de looptijd in één keer aflosbaar is. Natuurlijk zijn hier ook weer verschillende mogelijkheden om de financiering zo fiscaal vriendelijk te gebruiken.

Bronheffingen

België

  • Roerende voorheffing of bronheffing

In beginsel zijn interesten die een Belgische onderneming betaalt, onderworpen aan een roerende voorheffing van 25%. In tegenstelling tot de interesten zelf is de roerende voorheffing die erop wordt betaald niet als beroepskost aftrekbaar. In vele gevallen is er evenwel een vrijstelling of vermindering van roerende voorheffing van toepassing op basis van internrechtelijke wetgeving, dubbelbelastingverdragen of de Belgische implementatie van de Interest- en royaltyrichtlijn indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Er wordt onder andere in een vrijstelling van roerende voorheffing voorzien voor:

  • interesten betaald door een Belgische vennootschap aan een andere Belgische vennootschap;
  • interesten betaald door een Belgische vennootschap aan een financiële instelling gevestigd in de EER of een land waarmee België een dubbelbelastingverdrag heeft gesloten;
  • inkomsten van Belgische obligaties die het voorwerp zijn van een inschrijving op naam bij de uitgever die aan bepaalde spaarders niet-inwoners (buitenlandse belastingplichtigen) worden verleend of toegekend;
  • interest betaald door een Belgische vennootschap die kwalificeert als een holdingvennootschap of als een intragroep-financiële onderneming.

Sinds de implementatie van de Interest- en royaltyrichtlijn in het Belgische recht wordt volledig afgezien van de inning van de roerende voorheffing bij betaling van interesten aan verbonden vennootschappen gevestigd binnen de EU. Voor de toepassing van deze verzaking worden vennootschappen als verbonden beschouwd in geval van een rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming van minstens 25% die gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar wordt of werd behouden.
De keuze van financiering (schuld versus eigen vermogen) voor een bepaalde transactie zal voor een deel afhankelijk zijn van bovenstaande regels. Het gebruik van een externe bankfinanciering kan dan bijvoorbeeld fiscaal gunstig(er) blijken te zijn, rekening houdende met het feit dat deze niet onder de toepassing van de 5/1-thincapregeling valt en kan genieten van een vrijstelling van roerende voorheffing/bronheffing.

Nederland


Als eerder vermeld, kent Nederland geen bronheffing op rente. Op basis van jurisprudentie kan een lening in bepaalde specifieke gevallen worden geherkwalificeerd als eigen vermogen.

De rente wordt dan behandeld als dividend. Op betaalde rente zal in dat geval dividendbelasting moeten worden ingehouden. Afhankelijk van de situatie kan de 15% Nederlandse dividendbelasting worden gereduceerd naar een lager percentage of 0%.


Jan-Pieter van Niekerk en Wouter Caers

Ga naar de overzichtspagina

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig

Nieuwe digitale platform van KPMG

KPMG International heeft een state of the art digitaal platform ontwikkeld dat uw digitale ervaring verbetert en het vinden van nieuwe en relevante content optimaliseert.

 
Lees meer