Update Belgische fairness tax | KPMG | BE

Update Belgische fairness tax

Update Belgische fairness tax

Nadat veel commotie was ontstaan omtrent zijn verenigbaarheid met de hogere rechtsnormen, leek de ‘fairness tax’ geen lang leven beschoren.

1000

Contact

Gerelateerde content

Nadat veel commotie was ontstaan omtrent zijn verenigbaarheid met de hogere rechtsnormen, leek de ‘fairness tax’ geen lang leven beschoren. Tot verbazing van sommigen heeft de Europese Commissie recentelijk laten weten geen fundamenteel bezwaar te hebben tegen de fairness tax.


De fairness tax is in juli 2013 ingevoerd door de toenmalige regering Di Rupo als een afzonderlijke aanslag van 5,15% op uitgekeerde winsten die niet effectief werden belast als gevolg van de toepassing van de aftrek voor risicokapitaal of overgedragen verliezen.

Er rezen al snel vragen over de conformiteit van deze maatregel met het Europees recht.

 

Europese Hof van Justitie

In januari 2014 werd een beroep tot vernietiging van de fairness tax-regeling ingediend bij het Belgische Grondwettelijk Hof. In een tussenarrest van 28 januari 2015 heeft het Grondwettelijk Hof beslist om drie prejudiciële vragen te stellen aan het Europese Hof van Justitie (HvJ), alvorens ten gronde uitspraak te doen over alle in het verzoekschrift aangevoerde middelen.

De prejudiciële vragen betreffen de verenigbaarheid van de fairness tax met het Europees recht. Meer bepaald zou de fairness tax strijdig kunnen zijn met de vrijheid van vestiging en met de Moeder‑dochterrichtlijn. Een van de fundamentele problemen is dat de fairness tax kan worden gezien als een niet-rechtstreekse bronheffing op dividenden (zie ook onze Belgium-Holland Desk Newsletter van februari 2015).

 

Europese Commissie

Anticiperend op voormelde bezwaren had België reeds bij invoering ervan de fairness tax voorgelegd aan de Europese Commissie, die zou onderzoeken of deze verenigbaar is met de Europese regelgeving. Uit een officieus bericht blijkt thans dat de Europese Commissie de fairness tax destijds niet onverenigbaar achtte met de Moeder-dochterrichtlijn. De Commissie formuleerde echter wel een voorbehoud bij de vennootschappen met een vaste inrichting in een ander EU-land; de belasting zelf zou zo dus overeind kunnen blijven.

Het is desalniettemin afwachten hoe het HvJ zal oordelen op voorgelegde prejudiciële vragen. Hij is daarbij immers niet verplicht de visie van de Europese Commissie te volgen.

Het is raadzaam de gehele procedure voor het Grondwettelijk Hof af te wachten. In geval van vernietiging van de fairness tax kunnen belastingplichtigen op dat ogenblik de betaalde fairness tax terugvorderen middels een bezwaar of verzoek tot ambtshalve ontheffing (artikel 376 WIB 1992, dat een vijfjarige termijn voorziet).

Een arrest van het Grondwettelijk Hof vormt immers een nieuw feit op basis waarvan de betaalde fairness tax kan worden teruggevorderd. In dit laatste geval heeft de belastingplichtige bovendien recht op moratoriuminteresten, die momenteel steeds 7% per jaar bedragen op de te veel betaalde belastingen.


Tom Zwanepoel en Sophie Schellens

Ga naar de overzichtspagina

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig