Notionele interestaftrek (NID) – rechter verwerpt retroactieve toepassing Argenta-wetgeving

Notionele interestaftrek (NID)

In zijn arrest van 4 juli 2013 besliste het Europese Hof van Justitie (HvJ) in Luxemburg dat de regeling voor de notionele interestaftrek (hierna: NID‑regeling) waarbij de nettowaarde van activa van een vaste inrichting wordt uitgesloten van de berekeningsbasis van de NID, in strijd is met de Europese vrijheid van vestiging.

Contact

Gerelateerde content

In zijn arrest van 4 juli 2013 besliste het Europese Hof van Justitie (HvJ) in Luxemburg dat de regeling voor de notionele interestaftrek (hierna: NID‑regeling) waarbij de nettowaarde van activa van een vaste inrichting wordt uitgesloten van de berekeningsbasis van de NID, in strijd is met de Europese vrijheid van vestiging. In navolging daarvan heeft de rechtbank van eerste aanleg in Antwerpen op 13 februari 2015 uitspraak gedaan over de toepassing van de oude NID-regeling na de Argenta-zaak, een zaak met een in Nederland gelegen vaste inrichting.


De Belgische staat, in hoedanigheid van verweerder, stelt dat de NID onder toepassing van de oude regeling bij voorrang moet worden toegerekend aan de (vrijgestelde) winst van de Nederlandse vaste inrichting. Dit in overeenstemming met het Belgisch-Nederlandse dubbelbelastingverdrag. Als gevolg hiervan zou de NID berekend over het eigen vermogen van de Nederlandse vaste inrichting per saldo niet in aftrek kunnen worden gebracht van de Belgische belastbare winst.

De rechtbank besliste echter, net zoals het HvJ dit deed, dat de oude NID-regeling waarbij de nettowaarde van activa van een vaste inrichting werd uitgesloten van de berekeningsbasis van de NID in strijd is met de vrijheid van vestiging. Verder overwoog hij dat de alternatieve berekening die werd voorgesteld door de administratie noch steun vindt in de (oude) wetgeving noch in het arrest van het HvJ. Bijgevolg kan de NID worden geclaimd op het totale vermogen van de Belgische entiteit (in casu inclusief Nederlandse vaste inrichting) en in aftrek worden gebracht van de in België belastbare winst.

Omwille van de eerdere uitspraak van het HvJ heeft de Belgische wetgever ondertussen de wettekst aangepast. Die aanpassing geldt met ingang van aanslagjaar 2014. Concreet moet het vermogen van de vennootschap inderdaad niet langer worden verminderd met (onder meer) het eigen vermogen dat toerekenbaar is aan ‘buitenlandse inrichtingen’ waarvan de winsten op basis van dubbelbelastingverdragen niet in België belastbaar zijn. So far so good.

Daarentegen dient de NID zelf voortaan te worden verminderd met (vereenvoudigd) het deel van de NID dat wordt berekend over het eigen vermogen van die vaste inrichtingen. Deze vermindering wordt echter beperkt tot het positieve resultaat dat afkomstig is van deze vaste inrichting. Saillant detail: de EU‑conformiteit van deze nieuwe regeling staat nog niet vast en wordt door sommigen alweer betwist.

Wat de toepassing in de tijd betreft, is de rechtbank van eerste aanleg in Antwerpen alvast de mening toegedaan dat de nieuwe wettelijke regeling pas van toepassing is vanaf het aanslagjaar 2014. Zij kan dus niet worden toegepast voor het aanslagjaar 2008, het jaar waarvan sprake is in de zaak die voorlag. De rechtbank verleende daarom volledige ontheffing van de bestreden aanslag waarin de vermindering werd toegepast.


Kris Lievens en Alexandra Flamand

Ga naar de overzichtspagina

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig

Nieuwe digitale platform van KPMG

KPMG International heeft een state of the art digitaal platform ontwikkeld dat uw digitale ervaring verbetert en het vinden van nieuwe en relevante content optimaliseert.

 
Lees meer