Precontractuele informatieplicht bij commerciële | KPMG | BE

Precontractuele informatieplicht bij commerciële samenwerkingsovereenkomsten

Precontractuele informatieplicht bij commerciële

Door de Wet van 2 april 2014¹ werd de Wet van 19 december 2005 betreffende de precontractuele informatie vervangen door de bepalingen van het Wetboek Economisch Recht (hierna het “WER”)² en dit met ingang van 31 mei 2014³.

1000

Gerelateerde content

Ter gelegenheid van deze vervanging werden een aantal substantiële wijzigingen doorgevoerd aan de precontractuele informatieplicht welke we hierna kort uiteen zetten.

(I) Belangrijkste wijzigingen

De Wet van 19 december 2005 betreffende de precontractuele informatie, die voornamelijk tot doel had de precontractuele fase bij de totstandkoming van franchisecontracten te regelen, legde een informatieplicht op voorafgaand aan het sluiten van bepaalde commerciële samenwerkingsovereenkomsten, die bij niet-naleving, door nietigheid van een beding of van de hele overeenkomst werd gesanctioneerd.

Een commerciële samenwerkingsovereenkomst werd in de Wet Precontractuele Informatie gedefinieerd als een overeenkomst tussen twee personen, die elk in eigen naam en voor eigen rekening werken, waarbij de ene persoon het recht verleent aan de andere, die daarvoor een vergoeding van welke aard dan ook, rechtstreeks of onrechtstreeks betaalt, om bij de verkoop van producten of de verstrekking van diensten een commerciële formule te gebruiken onder één of meerdere van de volgende vormen:

  • een gemeenschappelijk uithangbord
  • een gemeenschappelijke handelsnaam;
  • een overdracht van knowhow;
  • een commerciële of technische bijstand.


In de rechtsleer rezen heel wat vragen omtrent het toepassingsgebied van de wet. Zo bestond er controverse over de vraag of overeenkomsten, waarbij meer dan twee personen betrokken waren, onder het toepassingsgebied van de wet vielen. Bij strikte lezing was het toepassingsgebied van de wet immers beperkt tot commerciële samenwerkingsovereenkomsten gesloten tussen twee personen. Het WER maakt komaf met deze discussie door het woord ‘twee’ te vervangen door ‘verschillende’.

Daarnaast was er heel wat discussie over de vraag of handelsagentuurovereenkomsten al dan niet onder het toepassingsgebied van deze wet vielen. Door het schrappen van de voorwaarde ‘in eigen naam en voor eigen rekening’ in Boek X van het WER is de wet nu ook ontegensprekelijk van toepassing op alle vormen van economische tussenpersonen die in naam en/of voor rekening van een principaal optreden. Dit heeft als gevolg dat met ingang van 31 mei 2014 de precontractuele informatieplicht tevens van toepassing is op agentuurovereenkomsten, makelaarsovereenkomsten en commissieovereenkomsten4.

Ten slotte voorziet de wetswijziging ook dat het ter beschikking stellen van een commerciële formule (zijnde een gemeenschappelijke merknaam, gemeenschappelijke handelsnaam, overdracht van knowhow of een commerciële of technische bijstand) niet langer ‘tegen vergoeding’ dient te gebeuren om onder het toepassingsgebied van de wet te vallen.

(II) Precontractuele informatieplicht onder het nieuwe regime

Bij het sluiten van commerciële samenwerkingsovereenkomsten, die voldoen aan de nieuwe wettelijke definitie zoals ingevoerd in het WER, dienen onder de nieuwe wetgeving onder meer de volgende regels in acht te worden genomen:

  • Minstens 1 maand vóór het sluiten van de overeenkomst moet de kandidaat voor het verkrijgen van het recht volgende documenten krijgen (WER Boek X art. 275) :

    • een ontwerp van de voorgestelde overeenkomst;
    • een specifiek document dat uit twee delen bestaat (WER Boek X art. 28):
       
      • een eerste luik waarin een aantal belangrijke contractuele bepalingen vermeld staan;
      • een tweede luik met een reeks socio-economische gegevens.


Vóór het verstrijken van deze termijn van een maand mag geen enkele verbintenis worden aangegaan en mag geen enkele vergoeding, bedrag of borg worden gevraagd of betaald6.

  • Indien in het ontwerp van overeenkomst of in het afzonderlijke document, na de mededeling ervan belangrijke contractuele bepalingen worden gewijzigd, verstrekt degene die het recht verleent minstens een maand vóór het sluiten van de commerciële samenwerkingsovereenkomst aan de andere persoon het gewijzigde ontwerp van overeenkomst en een vereenvoudigd afzonderlijk document dat een overzicht geeft van de belangrijkste contractuele bepalingen die werden gewijzigd, tenzij deze wijziging schriftelijk wordt aangevraagd door degene die het recht verkrijgt.
  • Voortaan wordt in de wet ook gepreciseerd dat in geval van hernieuwing van een commerciële samenwerkingsovereenkomst, gesloten voor een periode van bepaalde duur, bij sluiting van een nieuwe overeenkomst tussen dezelfde partijen of bij wijziging van een commerciële samenwerkingsovereenkomst die al minstens twee jaar in uitvoering is, degene die het recht verleent de andere persoon een ontwerp van overeenkomst en een vereenvoudigd document moet bezorgen minstens een maand vóór de hernieuwing of het sluiten van de nieuwe overeenkomst of de wijziging van de lopende commerciële samenwerkingsovereenkomst.
  • Verder preciseert de wet voortaan ook dat indien de partij die het recht verkrijgt, schriftelijk, een wijziging vraagt van de overeenkomst die sinds minstens twee jaar gesloten is, geen nieuwe termijn van een maand dient te worden nageleefd voorafgaand aan het sluiten van de gewijzigde overeenkomst. Bovendien moet de partij die het recht verleent in dit geval geen ontwerp van overeenkomst en geen vereenvoudigd document verstrekken.
  • Ten slotte dient er rekening mee te worden gehouden dat de uitgewisselde informatie wordt beschermd door een geheimhoudingsplicht. De partijen mogen de informatie die zij verkrijgen met het oog op het sluiten van een overeenkomst derhalve alleen gebruiken binnen de te sluiten overeenkomst.

 

(III) Sancties

Bij het sluiten van de overeenkomst zijn de partijen ertoe gehouden alle documenten in duidelijke en begrijpelijke taal op te stellen. In geval van betwisting over de betekenis van een beding of van een gegeven, gebeurt de interpretatie ten gunste van de persoon die het recht verkrijgt.

De persoon die het recht verkrijgt, kan verder de nietigheid van de overeenkomst inroepen binnen twee jaar na het sluiten van de overeenkomst in een aantal gevallen, zo onder meer wanneer de persoon die het recht verleent het ontwerp van de overeenkomst of het specifieke document met de juridische en socio-economische gegevens niet heeft geleverd of wanneer de bedenktijd van minstens een maand niet is nageleefd;

De persoon die het recht verkrijgt, kan tevens de nietigheid van één of meerdere beding(en) van de overeenkomst inroepen wanneer het afzonderlijk document de belangrijkste contractuele bepalingen, de wijzigingen aan de belangrijkste contractuele bepalingen of de wijzigingen aan de gegevens voor correcte beoordeling van de overeenkomst niet bevat.

Ten slotte kan de persoon die het recht verkrijgt het gemeen recht inzake wilsgebreken of quasi-delictuele aansprakelijkheid inroepen in een aantal gevallen.

De beschermde partij mag echter afstand doen van haar wettelijke bescherming na verloop van de bedenktermijn van een maand na het sluiten van de overeenkomst, en mits de reden van de nietigheid waarvan afstand wordt gedaan, wordt vermeld.

 

(IV) Besluit

Onder de oude wetgeving lag het reeds voor de hand dat franchiseovereenkomsten en sommige aanverwante overeenkomsten (alleenverkoopconcessies, licentieovereenkomsten, sommige joint-venture-overeenkomsten) onder het toepassingsgebied van de wet vielen.

Door de verruiming van het toepassingsgebied moet nu echter ook met bovenstaande regels rekening worden gehouden door handelsagenten, commissionairs, makelaars en mandatarissen die handelen in eigen naam, doch voor rekening van een opdrachtgever indien zij overeenkomsten sluiten waarbij een commerciële formule wordt overgedragen.

Het is dan ook van belang om bij het sluiten of hernieuwen van dergelijke overeenkomsten telkens na te gaan of de wet precontractuele informatieplicht niet dient nageleefd te worden.

 

 

 

1 Wet van 2 april 2014 houdende invoeging van Boek X in het Wetboek van Economisch Recht.
2 Boek X titel 2, art. 26 tot 34 en artikel I.11, 2°, van Boek I van het WER (Boek I art. 11, 2° ).
3 Titel 2 van Boek X van het WER is niet van toepassing op de commerciële samenwerkingsovereenkomsten die lopen op de datum waarop de titel in werking treedt (31 mei 2014), uitgezonderd artikel X. 29 dat vanaf zijn inwerkingtreding van toepassing is.
4 Bankagenten en verzekeringsagenten worden hierbij echter expliciet vrijgesteld van de verplichting tot de afgifte van een precontractueel informatiedocument.
5 Deze documenten moeten schriftelijk of op een voor de persoon die het recht verkrijgt duurzame en toegankelijke drager ter beschikking worden gesteld.
6 Dit verbod geldt niet voor de verplichtingen betreffende overeenkomsten die in uitvoering zijn op het moment waarop over de nieuwe overeenkomst, de hernieuwing of de wijziging van de overeenkomst wordt onderhandeld en diegene aangegaan in het kader van een vertrouwelijkheidakkoord.

 

© 2017 KPMG Tax and Legal Advisers, a Belgian civil CVBA/SCRL and a member firm of the KPMG network of independent member firms affiliated with KPMG International Cooperative ("KPMG International"), a Swiss entity. All rights reserved.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig