Het keuzebeding onder last wordt als fiscaal | KPMG | BE

Het keuzebeding onder last wordt als fiscaal misbruik gekwalificeerd

Het keuzebeding onder last wordt als fiscaal

In een onlangs gepubliceerde ruling (d.d. 18 juni 2013) kwalificeert de rulingdienst het keuzebeding onder last als fiscaal misbruik.

1000

Gerelateerde content

Het keuzebeding wordt veelvuldig toegepast bij echtgenoten getrouwd onder een gemeenschapsstelsel, teneinde een verruimd erfrecht te organiseren voor de langstlevende partner. Bij gebrek aan een afwijkende regeling in het huwelijkscontract verkrijgt de langstlevende slechts het vruchtgebruik van de helft van de eerststervende in de huwgemeenschap, terwijl de kinderen de blote eigendom verkrijgen.

Via het keuzebeding kan de langstlevende volledige controle behouden over gemeenschapsgoederen, zonder medezeggenschap van de kinderen. Het laat de langstlevende toe om bij het eerste overlijden te kiezen wat hij zal doen met de huwgemeenschap, m.a.w. hoeveel de langstlevende zelf wenst te behouden en hoeveel hij al laat overgaan naar de kinderen. De langstlevende weet dan hoe groot de huwgemeenschap is, hoe de relatie met de kinderen (en schoonkinderen) is, wat de op dat ogenblik van toepassing zijnde tarieven, verminderingen en vrijstellingen in de successierechten zijn etc.


Leeft de langstlevende ouder in onmin met de kinderen, dan kan er geopteerd worden voor een toebedeling van de volledige huwgemeenschap in volle eigendom. Ingeval van goede verstandhouding met de kinderen kan men opteren voor een toebedeling voor de helft in volle eigendom en de helft in vruchtgebruik.

Afhankelijk van de keuze die men maakt, zal ook de belastingheffing verschillen. Op hetgeen de langstlevende verkrijgt boven diens eigen helft in de huwgemeenschap worden successierechten geheven, de gezinswoning uitgezonderd. Om de fiscale meerkost te verhelpen kan men aan het keuzebeding een last koppelen tot betaling van een opleg gelijk aan de overbedeling, maar pas opeisbaar bij het overlijden van de langstlevende.

Hoewel de langstlevende in concreto meer verkrijgt dan zijn helft van de huwgemeenschap, worden hierop geen successierechten geheven. De langstlevende is voor de overbedeling immers een opleg verschuldigd, waardoor hij na aftrek van die schuld, in waarde niet meer dan de helft van de huwgemeenschap ontvangt.

Bij het eerste overlijden betalen de kinderen successierechten op de schuldvordering die tot het belastbaar actief van de eerststervende behoort. Bij het tweede overlijden betalen de kinderen successierechten op de helft van de langstlevende in de huwgemeenschap en is de schuldvordering, voor zover de opleg niet betaald is, aftrekbaar als passief. De volledige huwgemeenschap wordt bijgevolg slechts eenmaal belast.

De rulingdienst kwalificeerde voorschreven verblijvingsbeding echter als fiscaal misbruik voor zover het voorziet in de last om een som te betalen. Nochtans had de Belastingadministratie het (optioneel) verblijvingsbeding onder last an sich niet gecatalogeerd als fiscaal misbruik in haar circulaires. De nieuwe antimisbruikbepaling is van toepassing op rechtshandelingen gesteld vanaf 1 juni 2012. Het is onzeker of huwelijkscontracten die dateren van voor 1 juni 2012 ook geviseerd worden.

Wij adviseren om bestaande huwelijkscontracten onder de loep te nemen en de last tot betaling van een opleg zo nodig facultatief te formuleren. In dat geval kan de langstlevende zijn beslissing m.b.t. de last uitoefenen in functie van het bij het eerste overlijden geldende standpunt van de Belastingadministratie.

© 2017 KPMG Tax and Legal Advisers, a Belgian civil CVBA/SCRL and a member firm of the KPMG network of independent member firms affiliated with KPMG International Cooperative ("KPMG International"), a Swiss entity. All rights reserved.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig