Verbouwings-en verbeteringswerken

Verbouwings-en verbeteringswerken

De Rulingcommissie heeft in een recent gepubliceerde ruling (voorafgaande beslissing nr. 2013.177 van 11 juni 2013) bevestigd dat verbouwings – en verbeteringswerken als ‘gebouwd onroerend goed’ kunnen kwalificeren en dus tevens recht geven op de langere herinvesteringtermijn (van vijf jaar) in het stelsel van de gespreid te belasten meerwaarden.

Gerelateerde content

Gespreid te belasten meerwaarden

Meerwaarden die een vennootschap verwezenlijkt op materiële en immateriële vaste activa worden in principe belast tegen het toepasselijke tarief in de vennootschapsbelasting. Er kan, onder voorwaarden, ook worden geopteerd voor een uitgestelde taxatie, waarbij de meerwaarde gespreid in de tijd wordt belast en dit over de afschrijvingsperiode van de investeringen die de vennootschap moet aangaan ter vervanging van de verdwenen activa.

De vennootschap beschikt in principe over een periode van drie jaar om de nodige vervangingsinvesteringen te verrichten. Deze termijn wordt, voor vrijwillig verwezenlijkte meerwaarden, verlengd tot vijf jaar indien de vennootschap herinvesteert in een gebouwd onroerend goed, een vaartuig of een vliegtuig.

 

Kwalificatie verbouwings-en verbeteringswerken

Aan de rulingcommissie werd onlangs gevraagd of ook verbouwing-en verbeteringswerken aan een bestaand gebouw als een herinvestering in een gebouwd onroerend goed kwalificeren (en dus recht geven op de langere herinvesteringtermijn van vijf jaar).

De rulingcommissie is van oordeel dat, aangezien het begrip “gebouwd onroerend goed” noch door de wet noch door de uitvoeringsbesluiten werd omschreven, de gemeenrechtelijke definitie van toepassing is.

Met betrekking tot de verbouwings- en verbeteringswerken stelt de fiscus dat “Het betreft ingrijpende werken, blijvend van aard, die dienen ter verbetering van de structuur, het uitzicht, de hygiëne en het algemeen comfort of ter wijziging van de bestemming van het gebouw. De investeringen zijn dan ook niet bedoeld om te worden verwijderd maar om geïncorporeerd te blijven in het gebouw of minstens bestemd te blijven tot de exploitatie van die gebouwen.”

Kortom, volgens de rulingcommissie vormen de investeringen één geheel met de gebouwd onroerende goederen “gelet op de incorporatie […], hetgeen tevens blijkt uit de boekhoudkundige verwerking ervan op dezelfde grootboekrekeningen als de gebouwen zelf en de afschrijving over een termijn gelijk aan de resterende levensduur van het gebouw”.

In tegenstelling tot vroegere rechtspraak stelt de rulingcommissie nu uitdrukkelijk dat een eventuele verhoging van het kadastraal inkomen door het toedoen van de verbouwings- en/of verbeteringswerken niet meer noodzakelijk is.
Goed nieuws dus indien u vreesde de herinvesteringverplichting niet tijdig te voldoen. Verbouwings- en verbeteringswerken die één geheel vormen met het gebouwd onroerend goed, kwalificeren tevens als herinvesteringen in het stelsel van de gespreid te belasten meerwaarden.
 

© 2017 KPMG Tax and Legal Advisers, a Belgian civil CVBA/SCRL and a member firm of the KPMG network of independent member firms affiliated with KPMG International Cooperative ("KPMG International"), a Swiss entity. All rights reserved.

Neem contact met ons op

 

Offerteaanvraag (RFP)

 

Bevestig

Nieuwe digitale platform van KPMG

KPMG International heeft een state of the art digitaal platform ontwikkeld dat uw digitale ervaring verbetert en het vinden van nieuwe en relevante content optimaliseert.

 
Lees meer