Werkelijke leiding van ven. van Be en Fr fiscus | KPMG | BE

Werkelijke leiding van vennootschappen in het vizier van Belgische en Franse fiscus

Werkelijke leiding van ven. van Be en Fr fiscus

Werkelijke leiding van vennootschappen in het vizier van Belgische en Franse fiscus

1000

Related content

De statutaire zetel van een vennootschap stemt in de praktijk niet steeds overeen met de plaats van waaruit deze vennootschap werkelijk geleid wordt. In geval van een conflict wordt de fiscale woonplaats van een vennootschap bepaald door de plaats van waaruit de vennootschap geleid wordt, dit zowel in het Belgisch als het Frans fiscaal recht. Recente acties van de fiscus leren ons dat voorzichtigheid geboden is aan beide kanten van de grens.

 

Is de vraag naar de werkelijke leiding van vennootschappen actueel?

 

Vincent: De beoordeling van de werkelijke leiding van vennootschappen is inderdaad een hot topic. Zowel de Franse als de Belgische fiscale administratie stellen de realiteit hiervan regelmatig in vraag.

 

Hoe wordt de fiscale woonplaats van een vennootschap vastgesteld?

 

Delphine: Elk land bepaalt zelf wanneer een vennootschap als een binnenlandse vennootschap moet worden aangemerkt en dus onderworpen moet worden aan de vennootschapsbelasting. Dit kan aanleiding geven tot een woonplaatsconflict, wanneer twee landen eenzelfde vennootschap als inwoner beschouwen en dus ook willen belasten. Internationale belastingverdragen bieden in dat geval een oplossing. Zo bepaalt het Belgisch-Frans Dubbelbelastingverdrag dat een rechtspersoon bij een conflict wordt geacht inwoner te zijn van de verdragsluitende Staat waar zijn zetel van werkelijke leiding is gelegen.

 

Is de aanpak van de Belgische en Franse fiscus gelijkaardig?

 

Delphine: We zien in de praktijk een gelijkaardige aanpak. Het bepalen van de fiscale woonplaats van een vennootschap is immers steeds een feitelijke beoordeling. In de praktijk onderzoekt de fiscale administratie o.m. de groepsstructuur, de financiële stromen binnen de groep, de substantie van de verrichtingen, de beschrijving van de Belgische of Franse plaatselijke activiteiten, de mensen die er werken en hun takenpakketten, de situatie in het buitenland (lokalen, personeel en fiscaal regime), de dagdagelijkse functionele leiding en het algemeen beheer. Hieruit tracht de fiscale administratie af te leiden van waaruit de betrokken vennootschap werkelijk geleid wordt.

 

Vandaag de dag ligt de vraag naar de werkelijke leiding van vennootschappen in het vizier van zowel de Belgische als Franse fiscus. Eind vorig jaar heeft de Belgische Bijzondere Belastinginspectie zelfs aangekondigd specifieke controleacties te zullen houden. In de praktijk stellen we vast dat de fiscale ambtenaren de buitenlandse vennootschappen op dit punt zeer streng aanpakken en dat de belastbaarheid zich daarbij niet beperkt tot de vennootschapsbelasting, maar ook BTW en personenbelasting omvat.

 

Hoe oordelen de Belgische en Franse rechtbanken?

 

Vincent: De Belgische en Franse rechtspraak is vrij gelijkaardig. Recent oordeelde de Raad van State in Frankrijk (CE 9° en 10° SSR, 7 maart 2016 nr. 371 435) dat de werkelijke leiding van een vennootschap gelegen is waar de personen die de hoogste functies bekleden ook daadwerkelijk de strategische beslissingen nemen en de algemene bedrijfsvoering bepalen.

 

Ondanks het feit dat het hoofdkantoor van de onderneming in België gevestigd was en daar tevens de vergaderingen van haar raad van bestuur plaatsvonden, beslisten de rechters om de onderneming in Frankrijk te belasten. Deze redenering was in het bijzonder gesteund op het feit dat alle diensten die noodzakelijk zijn voor de activiteit in Frankrijk waren gelegen en dat de strategische beslissingen de facto voorbereid en genomen waren tijdens de vorige in Parijs gehouden vergaderingen van de raad van bestuur.

 

Delphine: Ook in België wordt bij de bepaling van de fiscale woonplaats van een vennootschap rekening gehouden met de plaats van de raden van bestuur, het feit dat de bestuurders autonoom kunnen beslissen of alvast de nodige vakkennis hebben.

 

De tot nu toe schaarse Belgische rechtspraak (Rb. Bergen 6 mei 2003 en Rb. Brussel 6 juni 2014) oordeelde onder meer dat een fiscaal motief voor de keuze van een woonplaats toegelaten is en dat zelfs beïnvloeding door de aandeelhouder kan, op voorwaarde dat de bestuurder toch autonoom kan beslissen en dus geen marionet is. In het licht van de laatste ontwikkelingen menen wij dat voorzichtigheid meer dan ooit geboden is.

Download de volledige nieuwsbrief

Ga naar de overzichtspagina

Contact

Delphine Noré
Director
KPMG Tax and Legal Advisers
T: +32 9 241 88 77
Mail: dnore@kpmg.com

Vincent Pollet
Partner Grand Lille
KPMG Frankrijk
T : +33 3 20 20 66 44
Mail : vpollet@kpmg.fr

Connect with us

 

Request for proposal

 

Submit